Gebogen gevleugelde figuur die de last van vrijheid en verantwoordelijkheid verbeeldt.
Vrijheid is geen vlucht uit de wereld, maar een verantwoordelijkheid tegenover anderen.

Wat liberalisme onderweg verloor

Er zit iets vreemds in het woord vrijheid, want iedereen wil haar hebben, maar bijna niemand vraagt wie de rekening betaalt. In de supermarkt betekent vrijheid dat je kunt kiezen tussen twintig soorten yoghurt. Op de woningmarkt betekent vrijheid dat de hoogste bieder wint. Op je werk betekent vrijheid dat je “zelf verantwoordelijk” bent voor je loopbaan, je burn-out, je pensioen en je mislukking. En in de politiek betekent vrijheid steeds vaker: laat mij met rust.

Dat klinkt aantrekkelijk, zeker in een tijd waarin mensen moe zijn van bemoeienis, controle en bureaucratie. Maar het is ook een magere vrijheid, een vrijheid die alleen nog over het individu gaat, over bezit, keuze en persoonlijke ruimte. Alsof een mens los verkrijgbaar is, alsof niemand afhankelijk is van zorg, onderwijs, openbaar vervoer, buren, vakbonden, schone lucht, veilige straten en een dak boven het hoofd.

Toch was liberalisme niet altijd zo dun. In The Lost History of Liberalism laat historicus Helena Rosenblatt zien dat liberalisme vroeger veel sterker verbonden was met plicht, moraal en verantwoordelijkheid. Vrijheid betekende niet simpelweg dat niemand zich met je bemoeide. Het ging ook over de vraag wat voor mens je werd, hoe je samenleefde, en welke verplichtingen je had tegenover de gemeenschap.

Steun vrheid.nl op Substack

Dat is een ongemakkelijke geschiedenis, omdat ze laat zien dat het liberalisme zoals we het nu vaak kennen niet vanzelfsprekend is. Het is geen natuurwet, maar een politieke keuze, gevormd door strijd, door macht en door belangen.

Van burger naar consument

Vandaag wordt vrijheid vaak verkocht als keuzevrijheid. Je bent vrij omdat je kunt kopen, omdat je kunt concurreren, omdat je jezelf mag vermarkten. Maar wie geen geld heeft, merkt hoe leeg die vrijheid kan zijn. Rosenblatts boek is sterk omdat het laat zien dat deze vernauwing niet vanzelf ontstond: vrijheid werd stap voor stap losgetrokken uit een oudere taal van plicht, burgerschap en publieke moraal.

Je mag kiezen naar welke stad je verhuist, zolang je de huur kunt betalen. Je mag kiezen welke zorg je krijgt, zolang je door het eigen risico heen komt. Je mag kiezen voor gezond eten, zolang je loon dat toelaat. Je mag kiezen voor rust, zolang je werkgever, de uitkeringsinstantie of de schuldeiser je die rust gunt.

Hier schuurt het, want een vrijheid die vooral werkt voor mensen met bezit, opleiding en bescherming, is geen algemene vrijheid. Het is klassenmacht met een vriendelijk gezicht. De arbeider die drie flexbanen combineert, heeft formeel vrijheid. De huurder die elk jaar hogere lasten krijgt, heeft formeel vrijheid. De student met schuld, de migrant zonder zeker verblijfsrecht, de alleenstaande moeder die iedere rekening drie keer omdraait: allemaal vrij, op papier. Maar papier verwarmt geen huis.

Wie profiteert van een smalle vrijheid?

De verschuiving van gemeenschapszin naar individualisme kwam niet uit de lucht vallen. Ze past uitstekend bij een kapitalistische samenleving waarin alles verhandelbaar moet worden. Als mensen zichzelf vooral zien als losse individuen, wordt het makkelijker om collectieve voorzieningen af te breken. Dan heet bezuinigen ineens “eigen verantwoordelijkheid”, bestaansonzekerheid “flexibiliteit” en marktwerking “keuze”.

Dat is geen neutrale taal, maar ideologie. Juist daar wordt The Lost History of Liberalism politiek interessant. Rosenblatt schrijft geen pamflet tegen liberalisme, maar ze laat wel zien hoe selectief onze herinnering is geworden. Want zodra verantwoordelijkheid alleen nog bij het individu ligt, verdwijnen de structuren uit beeld. Dan praten we over “mensen die niet mee kunnen komen”, maar niet over werkgevers die lonen drukken. We praten over “woningzoekenden”, maar niet over beleggers, speculatie en politieke partijen die volkshuisvesting hebben uitgekleed. We praten over “gezonde keuzes”, maar niet over armoede, stress en een economie die ongezonde producten goedkoop maakt en rust tot luxe verklaart.

Zo wordt liberalisme, in zijn huidige vorm, vaak een manier om ongelijkheid moreel te rechtvaardigen. Wie slaagt, heeft het verdiend. Wie valt, had beter moeten kiezen. Dat is hard, en het is vals.

Vrijheid zonder gelijkheid wordt bezit

Links heeft vrijheid soms te gemakkelijk aan liberalen overgelaten, alsof vrijheid een rechts woord is, alsof socialisme alleen over herverdeling gaat en niet over bevrijding. Maar wat is vrijheid zonder tijd, zonder zekerheid, zonder zeggenschap over je werk, je buurt, je lichaam, je toekomst?

Een samenleving waarin een kleine groep beschikt over huizen, data, grond, kapitaal en media, kan niet werkelijk vrij zijn. Niet voor de meerderheid. Je kunt stemmen, maar als grote bedrijven de voorwaarden bepalen waaronder je leeft, werkt en woont, blijft democratie half werk.

Daarom moeten we vrijheid opnieuw opeisen. Niet als individuele ontsnapping, maar als gedeelde macht. De vrijheid om niet uitgebuit te worden, om ziek te zijn zonder financieel kapot te gaan, om nee te zeggen tegen een slechte baas, om oud te worden zonder eenzaam te worden, om kind te zijn zonder honger, stress of racistische vernedering. Dat is geen betutteling, maar beschaving.

Wat zijn we kwijtgeraakt?

Misschien zijn we vooral het besef kwijtgeraakt dat vrijheid niet begint bij het individu, maar tussen mensen in. Niemand wordt vrij geboren in abstracte zin. Je wordt vrijer naarmate anderen je dragen, beschermen, tegenspreken en ruimte geven. Een kind wordt niet vrij door “eigen verantwoordelijkheid”, maar door zorg. Een wijk wordt niet vrij door concurrentie, maar door vertrouwen, publieke voorzieningen en bewoners die niet steeds worden weggejaagd door stijgende huren. Een samenleving wordt niet vrijer wanneer de rijksten minder belasting betalen, maar wanneer macht wordt gedeeld.

Dat vraagt om moraal, ja, maar niet de moraal van nette praatjes vanaf boven. Het vraagt om een politieke moraal van solidariteit. Om de vraag wie macht heeft, wie bescherming mist, wie profiteert en wie betaalt.

Daar begint verantwoordelijkheid. Niet bij het vingertje naar mensen die het moeilijk hebben, maar bij het aanwijzen van systemen die mensen klein houden. Niet bij schuld, maar bij strijd. Niet bij liefdadigheid, maar bij rechtvaardigheid.

De waarde van Rosenblatts boek zit dan ook niet in nostalgie naar een verloren liberalisme, maar in de ruimte die het opent: als liberalisme ooit anders werd begrepen, dan kan vrijheid vandaag ook anders worden bevochten. Het verloren liberalisme waar Rosenblatt over schrijft, hoeft niet gerestaureerd te worden alsof vroeger alles beter was. Dat was het niet. Veel oude liberalen sloten vrouwen, arbeiders, gekoloniseerde volkeren en tot slaaf gemaakten simpelweg buiten hun vrijheid. Ook dat hoort bij de geschiedenis.

Maar juist daarom is de vraag belangrijk: kunnen we vrijheid denken zonder haar te laten kapen door bezit, markt en privilege? Dat kan alleen als vrijheid weer verbonden wordt met gelijkheid, met solidariteit, met democratische macht van onderop en met het eenvoudige, radicale idee dat niemand vrij is in een samenleving die anderen laat vallen.

Vrijheid is geen privébezit. Ze leeft pas als we haar delen. Niemand is vrij, totdat iedereen vrij is.

Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.

vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.

Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.

Steun deze dwarse plek

Aanbevolen voor jou