Diverse koffies en zoetigheden op een tafel als symbool voor consumptie en ketenvorming
Koffie en gebak, maar wie profiteert ervan?

Wie profiteert van jouw cappuccino?

Koffie is heerlijk. Het verwarmt je handen, schept contact, markeert pauzes in een druk bestaan. In veel buurten zijn cafés plekken van rust, ontmoeting en herkenning geworden. Maar dat vertrouwde kopje koffie blijkt soms ook een toegangspoort tot grotere krachten die onze steden ingrijpend veranderen.

In Berlijn barstte onlangs de woede los tegen de snel oprukkende koffieketen LAP. Op een nacht werden alle vijftien filialen beklad met rode verf en leuzen als “Boycot LAP”. De aanleiding: inwoners vrezen dat deze door durfkapitaal gevoede keten – met cappuccino’s van €2,50, geautomatiseerde machines en minimale bezetting – lokale koffiezaken uit de markt drukt. Voor sommigen staat LAP symbool voor een bredere erosie van stadsleven: de overname van de buurt door geld.

Ironisch genoeg waren dure, design-georiënteerde koffiebars ooit zelf het teken van gentrificatie. Maar nu de prijzen dalen en de schaal groeit, lijkt een volgende fase aangebroken: wanneer het grootkapitaal het werk van kleine pioniers opkoopt, uitrolt en homogeniseert.

Steun vrheid.nl op Substack

Ook in Amsterdam is die verschuiving zichtbaar. Journalist Jonas Kooyman schrijft op zijn blog Havermelkelite dat “van Berlijn tot Londen en Amsterdam” goedkope, gestroomlijnde koffieketens oprukken. De Nederlandse speler Wakuli wordt vaak in één adem genoemd met LAP. Sinds 2022 opende het bijna twintig blauw-gele vestigingen. Hun concept: lage prijzen, snelle service, semi-automatisering. Maar wat doet dit met de stad? En wie wint – of verliest – er eigenlijk bij?

Gentrificatie 2.0

Volgens stadsgeograaf Bas Spierings (Universiteit Utrecht) bevinden we ons in een laat stadium van commerciële gentrificatie. Eerst kwamen de boetieks en speciaalzaken die buurten ‘hip’ maakten. Nu stapt het grote geld in. Het effect: durfkapitaal verdringt lokaal ondernemerschap. Kritische stemmen spreken van een “Silicon Valley-style land grab hidden behind latte art” – een plundering met een sjieke schuimkraag.

En dat heeft gevolgen. Huurprijzen stijgen, alleen ketens met diepe zakken kunnen het zich nog permitteren een zaak te openen. Spierings wijst op het samenspel van factoren: nieuwe, kapitaalkrachtige bewoners; gemeentelijk beleid dat wijken ‘opwaardeert’; vastgoedeigenaren die kansen ruiken. Ondertussen blijven lokale ondernemers achter met stijgende kosten en krimpende marges. Zoals een Berlijnse koffiebrander het verwoordde: “Er wordt zóveel geld tegenaan gegooid dat we het nooit kunnen bijbenen.”

Waar gaat het geld heen?

Een vaak gehoorde klacht: ketens investeren nauwelijks in de buurt. Anders dan de lokale caféhouder die zijn winst in de wijk besteedt, vloeit het geld hier naar aandeelhouders en fondsen ver weg. Onderzoek bevestigt dat lokale winkels zo’n 52% van hun inkomsten herinvesteren in de omgeving, bij ketens is dat slechts 14%. Elke cappuccino van een durfkapitaalketen draagt dus bij aan een stille economische leegloop van de buurt.

Een stad vol kopieën

Koffie is al lang meer dan een drankje. Het is een plek, een sfeer, een ritueel. Maar als ketens overheersen, verdwijnen unieke plekken. Kooyman signaleert een groeiende moeheid over weer een nieuw café met dezelfde esthetiek: houten tafels, hippe planten, neonquotes. De stad verwordt tot eenheidsworst, een monocultuur van latte art.

Voor bewoners betekent dit verlies van karakter. Elke wijk voelt hetzelfde. Dezelfde menukaarten, dezelfde playlists, dezelfde zorgvuldig gecureerde Instagramhoekjes. Critici spreken van een nieuwe McDonaldisering – deze keer met havermelk. Zelfs wanneer ketens zich tooien met woorden als ‘duurzaam’ of ‘fairtrade’, blijft het resultaat opvallend uniform.

Voor wie is dit aantrekkelijk? Voor sommigen juist daarom. De ‘havermelkelite’ voelt zich aangesproken door merken als Wakuli. Hun cappuccino vertelt een verhaal: bewust, eerlijk, duurzaam. Maar dat verhaal maskeert dat de stad ondertussen steeds homogener wordt. Wat betekent duurzaamheid nog, als de hele stad één en dezelfde vibe ademt?

De Amsterdamse situatie

In Amsterdam is het tempo van verandering hoog. Wakuli opende in rap tempo bijna twintig filialen. Andere ketens als Cafecito, Coffee District en Joe & The Juice volgen hetzelfde pad. Kooyman spreekt van een “koffieoorlog”: een strijd om elke straathoek met passanten.

Toch is het lokale koffietentje nog niet verloren. Kwaliteit en persoonlijkheid blijven wapens. Voor de liefhebber blijft de voorkeur uitgaan naar een flat white van een barista die je naam kent, boven een generieke brouwsel uit een automaat.

Meer nog: kleinschalige zaken bieden iets wat geen keten kan repliceren – sociale verankering. De buurtbordjes, de lokale kunst aan de muur, de barista die vraagt hoe het met je gaat. Een Duitse columnist schreef: “Wie denkt dat een koffiemachine de ziel van een café kan vervangen, vreest waarschijnlijk ook dat de kebabwagen fine dining overneemt.”

Wakuli’s morele imago

Wakuli positioneert zich niet als keten, maar als uitdager. Hun missie: de koffiemarkt eerlijker maken. Boeren krijgen betere prijzen, tussenhandel wordt overgeslagen. Maar om impact te maken, zo stelt mede-oprichter Yorick Bruins, moet het bedrijf wel groeien – en dus investeren.

Tot nu toe haalde Wakuli meer dan 12 miljoen euro op bij impactfondsen én klassieke durfkapitalisten. Die financiering maakt hun expansie mogelijk. Maar daarmee volgt ook Wakuli onvermijdelijk het pad van standaardisatie en concurrentieverdringing. De groene verpakking verandert weinig aan het onderliggende model. De ethiek verkoopt, maar de logica blijft kapitalistisch.

De strijd om de stad

Uiteindelijk gaat het om meer dan koffie. Het is een strijd om zeggenschap: wie bepaalt hoe een stad eruitziet? In Berlijn werd het protest zichtbaar met rode verf. In Amsterdam borrelt het onderhuids. Blogs, buurtacties, stille woede.

Zodra een wijk aantrekkelijk wordt, schuift het kapitaal binnen. Winkels, cafés, woningen – alles wordt duurder. En de winst verdwijnt, keer op keer, naar elders. Maar dat is geen natuurwet. Er zijn alternatieven: coöperaties, buurtfondsen, sociale ondernemingen.

Elke keuze telt. Elke keer dat je een lokale espressobar verkiest boven een glimmende keten, steun je een andere economie – één die de buurt voedt, in plaats van leegtrekt.

De strijd om de stad is gaande. En soms begint die met iets kleins, zoals je ochtendkoffie.

Aanbevolen voor jou