Soms klinkt een afzegging harder dan een toespraak. J.M. Coetzee, Nobelprijswinnaar en een van de belangrijkste schrijvers van onze tijd, gaat niet naar het Jerusalem Writers’ Festival. Niet wegens ziekte, agenda of ouderdom, maar vanwege Gaza.
Over literatuur, Gaza en de normalisering van geweld
Daar begint de betekenis van dit gebaar. Niet bij een literaire rel, niet bij een beroemdheid die een statement maakt, maar bij een schrijver die zegt: onder deze omstandigheden kan ik niet op dat podium staan. Coetzee was uitgenodigd voor de 14e editie van het International Writers Festival in Jeruzalem, gepland van 25 tot 28 mei 2026. Volgens berichtgeving weigerde hij de uitnodiging en verwees hij naar Israëls optreden in Gaza als een “campaign of genocide”. Andere internationale auteurs zouden wel deelnemen.
Zijn weigering snijdt door een comfortabele gedachte: dat literatuur boven de politiek kan staan. Dat een festival een veilige kamer is, ergens naast de wereld. Dat schrijvers elkaar kunnen ontmoeten in mooie zalen, kunnen spreken over verbeelding, vrijheid en taal, terwijl de werkelijkheid buiten beeld blijft. Maar Gaza blijft niet buiten beeld. Niet voor wie wil kijken.
Een nee dat gewicht heeft
Coetzee is niet zomaar een bekende schrijver die zich in een debat mengt. Hij kreeg de Nobelprijs voor Literatuur, maar belangrijker is wat hij al jaren onderzoekt: hoe macht werkt, hoe mensen wegkijken, hoe geweld zich kan verschuilen achter nette woorden en gewone instituties. In boeken als Waiting for the Barbarians en Disgrace schrijft hij over schuld, schaamte, koloniale verhoudingen en de vraag wat iemand doet wanneer onrecht niet langer op afstand blijft. Juist daarom komt deze weigering zo hard aan.
Coetzee is geen schrijver van snelle verklaringen. Zijn werk is sober, ongemakkelijk en vaak genadeloos precies. Hij heeft zelden de toon van iemand die haast heeft om gelijk te krijgen. Als een schrijver die zo terughoudend is nee zegt, is dat geen theater. Het is een grens.
Die grens gaat niet alleen over Israël. Ze gaat ook over cultuur zelf. Over de vraag wanneer cultuur ophoudt een ruimte van vrijheid te zijn en begint te werken als bewijs dat alles normaal doorgaat. Een festival is nooit zomaar een festival wanneer het plaatsvindt in een staat die bezetting, oorlog en massaal geweld tot bestuurlijke routine heeft gemaakt. Een podium zegt: hier wordt gesproken, hier wordt geluisterd, hier is beschaving. Maar wanneer dat podium wordt gebouwd terwijl Gaza wordt verwoest, helpt het mee om die verwoesting minder zichtbaar te maken.
Het festival als decor van normaliteit
Normalisering werkt niet alleen via regeringen, legerwoordvoerders en propaganda. Ze werkt ook zachter. Via recepties, programmafolders, panelgesprekken, internationale gasten, beleefde interviews en zinnen over dialoog.
Juist dat maakt haar gevaarlijk. Want niemand hoeft het geweld openlijk te verdedigen. Het is genoeg om te doen alsof het de achtergrond is waartegen het gewone leven gewoon verder kan. Een schrijver komt, leest voor, praat over stijl, herinnering of vrijheid. Het publiek klapt. De stad presenteert zich als cultureel, internationaal, gevoelig. En ergens, niet ver weg maar wel zorgvuldig buiten het kader, worden mensen verdreven, uitgehongerd, gebombardeerd, begraven.
Cultuur kan dan een schone laag worden over geweld. Niet omdat elk gedicht propaganda is. Niet omdat elke schrijver die reist een agent van de staat wordt. Maar omdat aanwezigheid betekenis krijgt door plaats en moment. Wie spreekt op een podium, geeft dat podium iets van zijn naam. Wie deelneemt, helpt het beeld maken. Dat beeld is hier: normaliteit. Coetzee weigert precies dat decor te vormen.
Neutraliteit is niet neutraal
De tegenwerping komt altijd snel. Kunst moet verbinden. Literatuur moet bruggen bouwen. Boycot sluit dialoog af. Schrijvers moeten juist blijven praten.
Dat klinkt redelijk. Soms is het ook redelijk. Maar niet elke ruimte is een open ruimte. Niet elke dialoog is gelijkwaardig. Niet elk podium is onschuldig. Een literair festival in Jeruzalem tijdens de verwoesting van Gaza is geen neutrale kamer. De locatie, het institutionele kader, de politieke omgeving en het moment maken deelname politiek.
Neutraliteit klinkt vaak volwassen. Maar neutraliteit is niet neutraal wanneer de ene partij onder puin ligt en de andere partij festivals organiseert. Dan wordt neutraliteit een vorm van beleefdheid tegenover macht. En beleefdheid tegenover macht heeft een prijs. Die prijs betalen zelden de mensen in de zaal.
Literatuur leeft van taal. Maar taal kan ook verdoven. Woorden als nuance, complexiteit, dialoog en verbinding zijn niet verkeerd. Ze kunnen nodig zijn. Alleen worden ze gevaarlijk wanneer ze het zicht op macht wegnemen. Wanneer ze doen alsof de werkelijkheid vooral ingewikkeld is, terwijl sommige feiten bruut eenvoudig blijven: wie bombardeert, wie wordt gebombardeerd; wie de grenzen controleert, wie er niet door mag; wie spreekt op het festival, wie geen huis meer heeft om naar terug te keren.
Zuid-Afrika kijkt mee
Dat Coetzee uit Zuid-Afrika komt, maakt zijn weigering extra beladen. Niet omdat Israël en apartheid-Zuid-Afrika één-op-één hetzelfde zouden zijn. Zulke vergelijkingen worden al snel een wedstrijd in historische precisie, en daar verdwijnt vaak de politieke kern.
Maar wie uit Zuid-Afrika komt, weet wat internationale culturele erkenning kan betekenen voor een staat die zichzelf als normaal, redelijk en beschaafd wil presenteren terwijl onderdrukking structureel is. De culturele boycot van apartheid-Zuid-Afrika draaide niet om zuiverheid. Ze draaide om de weigering om een systeem te helpen doen alsof het gewoon een land onder de landen was.
Coetzee kent die geschiedenis. Hij weet dat cultuur niet buiten macht zweeft. Een literaire avond kan een opening zijn, maar ook een alibi. Een schrijver kan getuigen, maar ook versieren. Soms is de vraag niet: wat ga je zeggen als je daar bent? Soms is de vraag: waarom ben je daar?
De vraag aan schrijvers
Het is veelzeggend dat andere schrijvers wel deelnemen. Dat vraagt niet om goedkope heiligenverering of makkelijke veroordeling. Een schrijver hoeft geen heilige te zijn. Niemand leeft zonder tegenstrijdigheden. Maar wie leeft van taal, kan zich niet helemaal verschuilen achter uitnodigingen, contracten en panels.
Schrijvers weten dat woorden gevolgen hebben. Ze weten dat zwijgen ook spreekt. Ze weten dat een zin niet alleen betekenis krijgt door wat erin staat, maar ook door waar en wanneer hij wordt uitgesproken.
Daarom is deelname niet alleen een persoonlijke keuze. Ze wordt deel van een groter verhaal. Een verhaal waarin instellingen zeggen dat cultuur door moet gaan, dat gesprek altijd beter is dan weigering, dat kunst boven de strijd staat. Maar boven welke strijd? Boven wiens doden? Boven wiens verwoeste straten?
Soms vraagt de werkelijkheid niet om een bijdrage aan het gesprek. Soms vraagt ze om afwezigheid. Om een lege stoel. Om het weigeren van de foto, de glimlach, het programma, de beleefde zin na afloop.
Ook Nederland kent deze taal
In Nederland horen we dezelfde woorden voortdurend. Dialoog. Nuance. Verbinding. Complexiteit. Vooral wanneer Palestijnse stemmen vragen om helderheid.
We horen ze op universiteiten, waar studenten en medewerkers vragen om banden met Israëlische instellingen te verbreken en bestuurders antwoorden met commissies, gesprekken en zorgvuldige processen. We horen ze in de cultuursector, wanneer samenwerking met Israëlische instellingen wordt verdedigd als uitwisseling, terwijl Palestijnse kunstenaars, journalisten, bibliotheken, scholen en theaters worden aangevallen of vernietigd. We horen ze in talkshows en kranten, waar de vraag naar boycot vaak sneller wordt behandeld als bedreiging voor het gesprek dan als reactie op geweld.
Die woorden zijn niet waardeloos. Dialoog kan nodig zijn. Nuance kan eerlijk zijn. Verbinding kan iets redden. Maar zonder machtsanalyse veranderen ze gemakkelijk in mist. Dan wordt nuance een manier om niet te hoeven kiezen. Dan wordt verbinding een eis aan wie al onder druk staat. Dan wordt complexiteit een deken over geweld.
Het probleem is niet dat instellingen zorgvuldig willen zijn. Het probleem is dat zorgvuldigheid vaak pas wordt ingeroepen wanneer macht ter discussie staat. Alsof een sponsor, een ambassade, een samenwerkingsverband of een uitnodiging alleen praktisch is. Maar cultuur heeft infrastructuur. Geld heeft richting. Podia hebben grenzen. En wie die grenzen niet wil zien, ziet meestal ook de grenzen van anderen niet.
De vraag die Coetzee stelt, geldt dus ook hier. Welke normaliteit helpen wij overeind houden? Welke woorden gebruiken wij om niet te hoeven breken? En op welk moment wordt aanwezigheid medeplichtigheid?
Trouw aan literatuur
Coetzee’s weigering is geen aanval op literatuur. Het is een verdediging ervan. Want literatuur verliest haar betekenis wanneer zij alleen nog mooi mag spreken in veilige zalen, maar zwijgt over de lichamen buiten beeld. Ze wordt kleiner wanneer zij vrijheid viert zonder te vragen wie er opgesloten zit. Ze wordt leeg wanneer zij menselijkheid bezingt terwijl ze de voorwaarden van ontmenselijking ongemoeid laat.
Een schrijver hoeft de wereld niet te redden. Dat kan niemand alleen. Maar een schrijver kan weigeren om de wereld mooier voor te stellen dan zij is. Kan weigeren om beschaving te spelen terwijl verwoesting doorgaat. Kan weigeren om zijn naam te lenen aan normaliteit.
Soms begint trouw aan woorden met een nee. Niet als eindpunt, niet als zuiver gebaar, maar als begin van verantwoordelijkheid. Een lege stoel kan weinig veranderen. Maar ze kan wel zichtbaar maken wat een volle zaal probeert te vergeten.
En soms is dat precies wat literatuur nog kan doen: niet troosten waar geen troost past, niet verbinden waar macht eerst benoemd moet worden, maar een grens trekken. Zacht van vorm misschien. Hard van betekenis.
Coetzee gaat niet. Dat is geen stilte. Dat is taal.
Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.
vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.
Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.
