Lege zaal met rode stoelen, tafels en een projectiescherm waar geen spreker aanwezig is.
Een lege zaal laat zien wat er overblijft wanneer een stem niet mag aankomen.

Je hoeft geen fan te zijn om censuur te herkennen

Soms begint censuur niet met een politieagent achter in de zaal. Soms begint het veel netter. Met een ingetrokken reistoestemming. Met iemand die op het vliegveld hoort dat hij niet mag instappen. Met een formulierzin van een ministerie waarin staat dat jouw aanwezigheid misschien niet “bevorderlijk is voor het algemeen belang”.

Dat klinkt bijna saai. Alsof het om administratie gaat. Alsof niemand politiek handelt. Maar natuurlijk is dat niet zo. De aanleiding is het besluit van het Verenigd Koninkrijk om Hasan Piker en Cenk Uygur, twee bekende Amerikaanse linkse mediastemmen, te weren van publieke optredens. Ze zouden spreken bij SXSW London en de Oxford Union. Uygur kwam er op het vliegveld achter dat zijn toestemming was ingetrokken. Piker checkte daarna zijn eigen papieren en ontdekte hetzelfde. Geen debat, geen zaal, geen weerwoord. Alleen het Britse Home Office dat zegt: deze aanwezigheid is mogelijk niet goed voor het algemeen belang.

We hoeven geen fan te zijn van Piker of Uygur om te begrijpen dat het Verenigd Koninkrijk hier gevaarlijk terrein betreedt. Hun toon is niet altijd de onze, hun platforms zijn niet de onze, hun manier van politiek maken kan schuren, irriteren of soms vermoeiend zijn. En ja, er zijn uitspraken waar je stevig kritiek op kunt hebben. Dat mag ook. Maar kritiek op een uitspraak is iets anders dan een regering die iemand de toegang tot een land ontzegt.

Steun vrheid.nl op Substack

Vrijheid van meningsuiting is geen beloning voor wie netjes genoeg spreekt. Zij is juist nodig wanneer macht zich ergert, wanneer kritiek ongemakkelijk wordt, wanneer iemand niet keurig binnen het veilige midden blijft. Zodra een regering begint te bepalen welke kritiek nog goed is voor het algemeen belang, moet iedereen die iets van vrijheid begrijpt rechtop gaan zitten.

Het begint nooit met iedereen

Censuur begint zelden bij mensen die iedereen aardig vindt. Ze begint vaker bij iemand over wie je makkelijk kunt zeggen: ach, ingewikkeld figuur, moet dat nou, had hij niet iets zorgvuldiger kunnen formuleren? Dat soort twijfel voelt redelijk. Soms ís zij ook redelijk. Niet iedere provocatie is moedig, niet iedere onlinecommentator is automatisch een martelaar, niet iedere uitgesproken stem verdient applaus. Maar macht weet heel goed waar zij moet beginnen.

Het Verenigd Koninkrijk sluit niet alle zalen. Het doet iets subtielers. Het kiest figuren over wie al discussie bestaat, mensen bij wie de zaal verdeeld is, namen waarbij keurige commentatoren kunnen zeggen dat het misschien wel meevalt. En voordat je het weet, gaat het gesprek niet meer over de macht van de Britse regering, maar over de vraag of je Piker wel sympathiek vindt, of Uygur wel zorgvuldig genoeg is, of hun stijl je aanstaat.

Vandaag zijn het twee bekende Amerikaanse mediapersonen. Morgen is het een Palestijnse spreker. Daarna een kritische academicus, een journalist, een vakbondsmens, een kunstenaar, een student of een kleine actiegroep zonder dure advocaat en zonder miljoenen volgers. Daarom gaat dit niet over fan zijn. Het gaat over herkennen wat regeringen doen wanneer zij kritiek niet kunnen weerleggen. Dan noemen ze die kritiek niet langer politiek, maar maken ze er een kwestie van veiligheid, orde en fatsoen van.

De nette taal van uitsluiting

Het Britse Home Office zegt niet: wij willen deze kritiek op Israël, Gaza of westers buitenlands beleid liever niet horen. Zo praten regeringen zelden. Ze gebruiken woorden die kalm klinken, verantwoordelijk, bestuurlijk, bijna saai. Ze zeggen dat iemands aanwezigheid niet bevorderlijk is voor het algemeen belang. Ze zeggen dat er zorgen zijn over de openbare orde. Ze zeggen dat spanningen kunnen oplopen. Ze zeggen dat veiligheid voorop staat. Wie kan daar nu tegen zijn?

Maar achter die nette taal zit een harde politieke keuze. Wat wordt hier eigenlijk beschermd? De samenleving, of de rust van de macht? De veiligheid van mensen, of de reputatie van een regering die niet wil dat haar bondgenootschappen te veel worden bevraagd? Het algemeen belang klinkt alsof het van ons allemaal is, maar in handen van de staat betekent het vaak iets anders: het belang van wie al bovenaan zit, van bondgenoten, diplomatieke relaties, instellingen die geen gedoe willen en ministers die liever over orde praten dan over rechtvaardigheid.

Dat maakt die formulering zo gevaarlijk. Zij verandert een spreker in een risico. Zij verandert kritiek in een beheersprobleem. Zij verandert een debat over oorlog, bezetting en solidariteit in een dossier dat door veiligheidsambtenaren kan worden afgehandeld.

Palestina als test

Er is geen onderwerp waarop dit zo zichtbaar wordt als Palestina. Kritiek op Israël wordt in veel westerse landen steeds sneller behandeld alsof het een veiligheidsprobleem is. Niet als politiek debat, niet als morele verontwaardiging, niet als solidariteit met mensen die leven onder bommen, blokkades en bezetting, maar als dreiging.

Natuurlijk bestaat antisemitisme, en natuurlijk moet Jodenhaat bestreden worden, zonder omwegen en zonder excuses. Een bevrijdingspolitiek die racisme negeert, verraadt zichzelf. Maar juist daarom is het zo gevaarlijk wanneer de strijd tegen antisemitisme wordt gebruikt om kritiek op een staat, een leger en een bezettingspolitiek buiten het gesprek te plaatsen.

Want dan wordt een reëel gevaar een schild voor macht. Dan worden Palestijnse levens opnieuw naar de rand geduwd. Dan worden ook Joodse stemmen die zich verzetten tegen Israëlisch staatsgeweld verdacht gemaakt. Dan wordt solidariteit iets waarvoor je je eerst moet verantwoorden voordat je überhaupt mag spreken.

Het Verenigd Koninkrijk is hierin geen neutrale zaalwachter. Het draagt een koloniale geschiedenis in Palestina met zich mee en is vandaag nog steeds politiek, diplomatiek en militair verweven met Israël en zijn bondgenoten. Wanneer juist zo’n staat bepaalt dat kritiek op Israël niet in het algemeen belang is, moeten alle alarmbellen afgaan.

Precies daar wordt de dubbele standaard zichtbaar. Het VK sluit de deur voor critici van Israël, terwijl het banden met Israëlische machthebbers blijft onderhouden. Ministers spreken over openbare orde wanneer een commentator kritiek levert, maar over diplomatie wanneer bondgenoten worden ontvangen. De ene aanwezigheid heet een risico, de andere heet samenwerking, staatsbelang of veiligheidspolitiek.

Zo wordt het publieke debat smaller. Niet doordat iemand openlijk zegt dat niemand meer iets mag zeggen, maar doordat sommige woorden duurder worden gemaakt dan andere. Je mag nog praten, maar alleen als je eerst bewijst dat je toon de macht niet te veel stoort.

De fout van keurige politiek

Dat dit onder een Labour-regering gebeurt, maakt het niet minder ernstig, maar juist pijnlijker. Labour presenteert zich graag als fatsoenlijk alternatief voor rechts, als de partij van redelijkheid, bestuur en verantwoordelijkheid. Maar hier zien we hoe makkelijk keurige politiek de taal van repressie overneemt. Niet door zichzelf extreemrechts te noemen, maar door alvast de bevoegdheden, formuleringen en uitzonderingen klaar te leggen waar extreemrechts straks dankbaar gebruik van kan maken.

Liberale en sociaaldemocratische regeringen denken vaak dat ze autoritaire krachten kunnen tegenhouden door alvast een deel van hun taal over te nemen: strenger zijn, harder zijn, meer verbieden, meer controleren, meer afstand nemen van protest, meer praten over orde en minder over macht. Maar wie extreemrechts bestrijdt door de staat repressiever te maken, maakt de democratie niet sterker. Die zet de gereedschapskist klaar voor de volgende autoritaire regering.

Een vage bevoegdheid verdwijnt niet vanzelf. Een veiligheidsargument kan opnieuw worden gebruikt. Een lijst, een procedure, een precedent, een uitzondering: alles wat vandaag wordt ingezet tegen pro-Palestijnse stemmen, kan morgen worden ingezet tegen klimaatactivisten, stakers, antifascisten, migrantenorganisaties of journalisten die te veel vragen stellen.

Dat is geen doemdenken. Dat is hoe macht werkt. De staat vergeet zijn eigen mogelijkheden niet. Burgers vergeten soms hoe snel uitzonderingen normaal worden.

Geen heiligen nodig

We hoeven van niemand een heilige te maken, en dat is ook niet gezond. Linkse bewegingen hebben al genoeg schade opgelopen door bekende figuren te groot te maken, te veel te vergeven of kritiek te verwarren met verraad. Dus nee, dit hoeft geen verdediging te zijn van iemands hele carrière, merk, stijl of politieke geschiedenis. Het hoeft geen lofzang te zijn, het hoeft niet eens sympathiek te klinken.

Cenk Uygur is geen onbeschreven blad. Linkse kritiek op hem bestaat al jaren: over oude seksistische teksten, over de beladen naam The Young Turks, over zijn vroegere omgang met de Armeense genocide en over de vakbondskwestie binnen zijn eigen bedrijf. Dat doet ertoe. Maar het verandert de grens niet. Kritiek van links is iets anders dan uitsluiting door de staat.

Het mag eenvoudiger zijn: het Verenigd Koninkrijk hoort politieke kritiek niet te weren omdat die kritiek de regering, haar bondgenoten of haar instituties niet uitkomt. Dat is de grens.

En als we die grens alleen verdedigen voor mensen die we aardig vinden, dan verdedigen we haar eigenlijk niet. Dan maken we vrijheid afhankelijk van smaak, imago, reputatie en de vraag hoe goed iemand in ons eigen kamp past. Maar rechten zijn geen populariteitswedstrijd. Juist bij mensen die schuren, bij mensen over wie we twijfelen, bij mensen die niet precies spreken zoals wij zouden spreken, wordt duidelijk of een principe echt iets waard is.

Daarom is volwassen solidariteit nooit hetzelfde als kritiekloos juichen. Je kunt zeggen: deze uitspraak vind ik verkeerd. Je kunt zeggen: deze stijl is niet de mijne. Je kunt zeggen: deze persoon is niet mijn held. En je kunt tegelijk zeggen: de Britse staat mag dit niet doen.

Waakzaamheid is ook solidariteit

Er zijn momenten waarop solidariteit niet begint met bewondering, maar met waakzaamheid. Met het ongemakkelijke besef dat je soms moet opkomen voor ruimte, ook wanneer je twijfels hebt over wie die ruimte gebruikt. Omdat die ruimte niet van één spreker is, niet van één evenement, niet van één politieke stroming. Die ruimte is van ons allemaal.

Van Palestijnen die niet langer tot voetnoot willen worden gemaakt. Van Joodse stemmen die weigeren dat hun geschiedenis wordt gebruikt om staatsgeweld te verdedigen. Van journalisten, studenten, docenten, kunstenaars, arbeiders en activisten die weten dat zwijgen altijd de goedkoopste oplossing lijkt, totdat de rekening komt.

Je hoeft geen fan te zijn om censuur te herkennen. Je hoeft niemand op een voetstuk te zetten om te zien dat het Verenigd Koninkrijk hier gevaarlijk terrein betreedt. Je hoeft niet iedere zin te verdedigen om te weigeren dat politieke kritiek wordt behandeld als gevaar voor de openbare orde.

Juist nu moeten we die grens bewaken. Niet omdat iedere spreker onze kameraad is, maar omdat de ruimte om tegen macht in te spreken ons allemaal aangaat.

En als die ruimte kleiner wordt, merken de machtigen dat als laatste. Wij merken het eerst.

Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.

vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.

Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.

Steun deze dwarse plek

Aanbevolen voor jou