Het begint niet met een verklaring, maar met een setting. Niet op de National Mall, niet tussen “het volk”, maar in een besloten ruimte. Zo begon Donald Trumps tweede inauguratie. Geen zee van mensen, geen symboliek van representatie. Wel nabijheid. Miriam Adelson1 bevond zich zichtbaar in Trumps directe omgeving. Rijker dan de meeste ministers. Dichterbij dan senatoren. Geen toeval, geen detail. Macht laat zich zien waar geld het dichtst bij de macht zit.
Je hoeft Trump niet te geloven om hem te begrijpen. Je hoeft zijn speeches niet eens te volgen. Kijk wie hij beloont. Kijk wie hij hoort. Kijk wie toegang koopt.
De dreiging van een Amerikaanse aanval op Iran past nergens in het verhaal van America First. Niet strategisch. Niet economisch. Niet politiek. Het druist zelfs in tegen Trumps eigen veiligheidsdoctrine, die nog maar net was uitgerold. En toch schuift hij richting oorlog.
Waarom dan toch? Volgens journalist Max Blumenthal is het antwoord pijnlijk eenvoudig: Israël. Niet als abstract bondgenootschap, maar als concrete machtslijn. Geld, lobby, politieke druk. Al decennia draait de Israëlische veiligheidsstrategie om het uitschakelen van regionale tegenmacht. Geen reeks losse conflicten, maar een volgorde. Een target board dat al in de jaren negentig werd uitgetekend en sindsdien stap voor stap is afgewerkt. Irak, Syrië, Libanon — allemaal afgevinkt. Iran staat al jaren bovenaan het bord als ‘laatste obstakel’.
Trump is daarin geen geopolitiek denker. Hij is een uitvoerder. Max Blumenthal beschrijft het als maffiapraktijken — niet als stijlfiguur, maar als machtsstructuur. Geen staat die handelt vanuit publiek belang, maar een netwerk dat draait op loyaliteit, intimidatie en betaling. Dat netwerk is geen metafoor: het bestaat uit concrete geldlijnen, zoals die van megadonoren als Miriam Adelson, die geen beleid schrijven maar wel bepalen wie toegang krijgt en wie niet. In zo’n systeem zijn regels ondergeschikt aan persoonlijke verhoudingen. Wie betaalt, krijgt bescherming. Wie dwarsligt, wordt gestraft. Sancties functioneren als afpersing, diplomatie als dreiging, oorlog als ultiem drukmiddel.
Daar komt nog iets bij. Voor Netanyahu is escalatie niet alleen geopolitiek, maar persoonlijk. Terwijl corruptiezaken zich opstapelen en zijn politieke toekomst wankelt, biedt permanente oorlog uitstel, afleiding en mobilisatie. Existentiële risico’s worden inzet van binnenlandse overleving. Oorlog als rookgordijn. Die escalatie wordt gedragen door dezelfde private netwerken die Trump politiek overeind houden, en die Israëlische confrontatie politiek al jaren financieel belonen. Zijn presidentschap functioneert zo niet als een regering, maar als een maffia-orde. Buitenlands beleid als georganiseerde machtspolitiek. Oorlog niet als uitzondering, maar als instrument.
Dat patroon zie je ook buiten Iran. Neem Venezuela. Staatsgrepen verpakt als bevrijding. Olie geroofd onder het mom van democratie. Niet voor Amerikaanse burgers, maar voor een kleine kring bedrijven, familieleden en offshore constructies buiten iedere publieke controle. Geen transparantie, geen verantwoording. Alleen plundering met vlaggen.
En zoals altijd wordt het morele decor zorgvuldig opgebouwd. Dit keer niet door liberale denktanks, maar door MAGA-figuren en hun mediakanalen. Bescherm de demonstranten. Red de vrouwen. Verkoop bombardementen als humanitaire noodzaak. Het oude ‘Responsibility to Protect’-script, nu uitgesproken door mensen die mensenrechten gisteren nog belachelijk maakten.
Wat er in Iran gebeurt, wordt bewust versimpeld. Niet alleen door wat wordt getoond, maar door wat wordt weggelaten. Dit is ook een informatieoorlog. Sociale media functioneren als slagveld, cijfers als munitie, beelden als rechtvaardiging. Geweld verdwijnt uit beeld. Brandende markten, aangevallen moskeeën, vermoorde beveiligers en gewapende bendes passen niet in het gewenste verhaal. Dat buitenlandse inlichtingendiensten openlijk opscheppen over hun rol, wordt genegeerd — zoals oud-CIA-directeur Mike Pompeo die publiekelijk Mossad‑agenten in Iran succes wenst, of Israëlische militaire woordvoerders die in eigen media spreken over lopende operaties en bewapening van oppositiegroepen. Wat elders als oorlogsverklaring zou gelden, verdwijnt hier geruisloos uit beeld. Dat Israëlische media het soms zelfs toegeven, haalt zelden de westerse kranten. Zo ontstaat een eenzijdig beeld: een staat die zogenaamd willekeurig zijn bevolking neerslaat. Context verdwijnt. Macht verdwijnt. Wie de lont aansteekt, blijft buiten beeld.
Wie profiteert, is intussen duidelijk. Niet alleen staten profiteren, maar ook de private financiers die vanaf het begin zichtbaar dichtbij stonden en voor wie oorlog geen abstract risico is, maar politieke hefboom. Maar wie verliest, reikt verder dan het Midden-Oosten. Een oorlog met Iran zou geen regionale bijzaak zijn. Het zou migratiestromen op gang brengen die Europa direct raken, politieke verhoudingen verder verharden en nieuwe angst normaliseren. Netanyahu koopt tijd, regionale dominantie en binnenlandse politieke overleving. Trump koopt loyaliteit, geld en het imago van ‘sterke leider’. Wie betaalt, zijn gewone Iraniërs, Israëlische burgers, Amerikaanse soldaten — en mogelijk Europa, als een regionale oorlog miljoenen mensen op drift jaagt.
Dit is geen onvermijdelijk conflict. Het is een gemaakte crisis. Gedreven door ideologie, koloniale reflexen en rauwe belangen. Door leiders die weten dat angst werkt en dat chaos ruimte schept voor macht. De vraag is niet waarom Trump dit doet. De vraag is waarom we blijven doen alsof hij het zelf bedacht heeft.
- Miriam Adelson is een Amerikaans-Israëlische miljardair en een van de grootste Republikeinse donoren. Ze financierde Donald Trumps campagnes met honderden miljoenen dollars en gebruikt haar politieke invloed consequent om pro-Israëlisch beleid af te dwingen, waaronder steun voor Israëlische annexatiepolitiek en confrontatie met Iran. ↩︎
