Man staat in een beschadigde keuken in Gaza en verzamelt kookgerei tussen puin en ingestorte muren
Een inwoner van Gaza zoekt bruikbare pannen in een verwoeste keuken terwijl hulp beperkt binnenkomt.

ISIS-gelinkte milities in Gaza: De strategie van Trump en Israël

Een hulptruck staat stil aan de rand van Rafah. Niet omdat er geen honger is, en niet omdat er geen kinderen wachten, maar omdat ergens in de keten is besloten dat controle belangrijker is dan voedsel. Daar begint dit verhaal. Niet in Washington of in een denktank, maar bij een vrachtwagen die niet doorrijdt.

Tegen die achtergrond klinkt het bijna technisch wanneer wordt gemeld dat de regering-Trump georganiseerde misdaad- en drugsbendes wil inzetten als nieuwe veiligheidsmacht in Gaza. Het gaat om bestaande anti-Hamas milities, clanstructuren en gewapende groepen die al opereren in de schaduw van de verwoesting. Binnen sommige van die netwerken bevinden zich leden die hebben gevochten met, of loyaliteit hebben uitgesproken aan, Islamitische Staat. Dat is geen toevallige voetnoot, maar een bewuste politieke beslissing in een bredere machtsstrategie.

Fragmentatie als bestuurstechniek

Gaza is kapotgebombardeerd, maar minstens zo ingrijpend is de sociale ontwrichting. Wanneer een samenleving wordt opgesloten, uitgehongerd en voortdurend aangevallen, ontstaan machtsvacuüms waarin milities opduiken. Sommige presenteren zich als tegenmacht, andere als ordehandhavers, maar de vraag blijft wie bepaalt wie wapens krijgt en wie zich vrij kan bewegen.

Steun vrheid.nl op Substack

Israël heeft eerder lokale gewapende groepen gedoogd of gesteund die zich tegen Hamas keren, terwijl naar buiten toe het verhaal werd verspreid dat Hamas gelijkstaat aan ISIS. Door alles onder één noemer van terrorisme te plaatsen, werd militaire escalatie gelegitimeerd. Tegelijkertijd blijken groepen met jihadistische connecties inzetbaar zolang ze de juiste vijand bestrijden. Ideologische consistentie speelt hier nauwelijks een rol; doorslaggevend is wie op dit moment bruikbaar is.

Door Gaza intern te fragmenteren — geografisch, politiek en economisch — wordt collectieve weerstand verzwakt. Hulp wordt onderschept, vertrouwen brokkelt af en gemeenschappen komen tegenover elkaar te staan. Diezelfde chaos kan vervolgens worden aangewezen als bewijs dat er ‘betrouwbare veiligheidspartners’ nodig zijn. Zo verandert ontwrichting in een methode van bestuur.

Wanneer ontwrichting geen bijproduct meer is maar beleid, wanneer basisvoorzieningen structureel worden afgeknepen en een bevolking wordt teruggebracht tot afhankelijkheid en verplaatsing, dan verschuift de aard van het geweld. Het gaat dan niet alleen om militaire confrontatie, maar om het systematisch ondermijnen van het vermogen van een samenleving om te blijven bestaan.

Wie profiteert, wie betaalt

De vraag wie hier voordeel uit haalt, is minder ingewikkeld dan vaak wordt voorgesteld. De Israëlische regering behoudt controle zonder overal permanent aanwezig te hoeven zijn. De Verenigde Staten kunnen spreken over een ‘vredesproces’ terwijl ze feitelijk een veiligheidsarchitectuur ondersteunen die hun bondgenoot beschermt. Wapenleveranciers blijven leveren en politieke leiders tonen daadkracht aan hun achterban.

De prijs wordt betaald door de Palestijnse bevolking, in de vorm van honger, verplaatsing en permanente onzekerheid. Een staakt-het-vuren op papier verandert weinig wanneer structureel te weinig hulp binnenkomt en geweld voortduurt. In zo’n situatie wordt voedsel een machtsmiddel: wie toegang heeft tot wapens en logistiek, kan bepalen wie eet en wie wacht. Dat heeft weinig met veiligheid te maken en alles met controle.

De selectieve oorlog tegen terrorisme

De ‘war on terror’ werd gebruikt om moslims wereldwijd te criminaliseren en te surveilleren. In Europa en de Verenigde Staten groeide het idee van de moslim als permanente verdachte. Tegelijkertijd sloten diezelfde staten allianties met gewapende islamistische groepen wanneer dat strategisch uitkwam, zoals in Afghanistan in de jaren tachtig.

De les had kunnen zijn dat het instrumentaliseren van extremisme uiteindelijk geweld reproduceert. In plaats daarvan zien we dat extremisme vooral problematisch wordt genoemd wanneer het tegen westerse belangen ingaat. Wat nu in Gaza gebeurt, past in dat patroon: geweld wordt niet beëindigd omdat het onrechtvaardig is, maar beheerd omdat het bruikbaar is binnen een bredere geopolitieke logica.

Feitelijke onderbouwing

De berichtgeving waarop deze analyse rust, is niet afkomstig uit marginale hoek. Begin 2026 meldde de Britse krant The Telegraph dat het Witte Huis plannen presenteerde voor een nieuwe veiligheidsmacht in Gaza, grotendeels samengesteld uit bestaande anti-Hamas milities, waaronder criminele netwerken. Daarbij werd expliciet genoemd dat binnen ten minste twee van de betrokken clanstructuren leden actief hebben gevochten met of loyaliteit hebben verklaard aan Islamitische Staat.

Rond 2024 en 2025 berichtten Israëlische en internationale media over de rol van lokale milities bij het onderscheppen en plunderen van humanitaire hulp in gebieden die onder controle stonden van het Israëlische leger. De naam van Yasser Abu Shabab, leider van een dergelijke gewapende groep, dook onder meer op in verslaggeving van Israel Hayom, waarin werd beschreven hoe hij na detentie bij Hamas vrijkwam na een Israëlische luchtaanval en zich positioneerde als tegenmacht met steun vanuit Israëlische zijde.

Ook binnen de Israëlische politiek werd hierover publiekelijk gedebatteerd. In 2024 verklaarde oppositieleider Yair Lapid dat de regering groepen had bewapend die dicht tegen ISIS aanzaten, terwijl Avigdor Lieberman vergelijkbare kritiek uitte op het bewapenen van clan- en militienetwerken zonder duidelijke strategische controle. Hun bezwaren waren strategisch van aard, maar bevestigden dat de bewapening van dergelijke structuren onderwerp was van openlijke politieke discussie.

Wat de humanitaire dimensie betreft: in het kader van het staakt-het-vuren werd afgesproken dat dagelijks minimaal 600 hulptrucks Gaza zouden binnenrijden. Internationale berichtgeving liet zien dat dit aantal structureel niet werd gehaald, terwijl het geweld voortduurde en burgers bleven sterven. Dat plaatst de discussie over ‘veiligheidspartners’ in een bredere context van belegering, logistieke beheersing en gecontroleerde schaarste.

Deze elementen samen tonen geen los incident, maar een patroon: veiligheid wordt georganiseerd via tussenmachten die geworteld zijn in geweld, terwijl de burgerbevolking afhankelijk blijft van dezelfde logistieke structuren die haar insluiten.

Stabiliteit zonder recht

Er wordt gesproken over stabilisatie, orde en een nieuwe veiligheidsmacht die Gaza ‘klaarmaakt voor de toekomst’. Maar stabiliteit zonder recht blijft een bevroren ongelijkheid. Zolang belegering voortduurt, zolang Palestijnen geen vrije toegang hebben tot voedsel, zorg en bewegingsvrijheid, en zolang politieke zelfbeschikking wordt ontkend, blijft elke veiligheidsconstructie rusten op hetzelfde fundament van structureel geweld.

Wie veiligheid serieus neemt, kan recht niet als bijzaak behandelen. Dat betekent een einde aan collectieve bestraffing, onvoorwaardelijke toegang tot humanitaire hulp, ruimte voor Palestijnse zelfbeschikking en internationale verantwoording voor oorlogsmisdaden, ook wanneer daders bondgenoten zijn. Zonder die voorwaarden blijft het beheer van crisis in plaats van een oplossing.

Wat dit van ons vraagt

We kunnen dit wegzetten als geopolitiek schaakspel en daarmee afstand creëren, of erkennen dat onze regeringen betrokken zijn en dat onze belastinggelden en diplomatieke steun deel uitmaken van dit systeem. Het vraagt dat we simplistische frames doorbreken waarin Palestijns verzet automatisch als extremistisch wordt bestempeld, terwijl staatsgeweld neutraal ‘veiligheidsbeleid’ heet.

Solidariteit is dan geen abstract gebaar, maar een concrete praktijk: politieke druk organiseren, onafhankelijke journalistiek steunen en ruimte maken voor Palestijnse stemmen.

Wanneer een bevolking structureel wordt uitgehongerd, wanneer ziekenhuizen, universiteiten en woonwijken systematisch worden vernietigd, wanneer massale ontheemding wordt georganiseerd en politieke leiders openlijk spreken over permanente verwijdering van een bevolkingsgroep, dan hebben we het niet meer over ontsporingen van oorlog. Dan spreken we over genocide — niet als slogan, maar als beschrijving van een patroon dat voldoet aan internationaalrechtelijke criteria.

Veiligheid ontstaat niet door dat patroon te verhullen achter technocratische termen als stabilisatie of veiligheidsarchitectuur. Veiligheid begint waar mensen kunnen eten zonder angst, waar ze niet worden opgejaagd en waar hun bestaan niet onderhandelbaar is. Dat klinkt radicaal, maar het is in feite het absolute minimum.

Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.

vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.

Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.

Steun deze dwarse plek

Aanbevolen voor jou