Toen Erkenbrand in 2016 opdook, leek extreemrechts in Nederland van vorm te veranderen. Niet alleen kale hoofden, bomberjacks en schimmige zaaltjes, maar lezingen, podcasts, conferenties en verwijzingen naar filosofie, cultuurkritiek en demografie. De verpakking werd netter, de kern bleef radicaal. Erkenbrand bracht racisme, antisemitisme, seksisme en wit identiteitsdenken als intellectueel project. Juist dat maakte de groep gevaarlijk: niet omdat ze massaal was, maar omdat ze begreep hoe ideeën uit de marge naar het midden kunnen kruipen.
Erkenbrand presenteerde zichzelf als studiegenootschap, maar werkte als kweekvijver voor Nederlands alt-right gedachtegoed. Racisme werd “rasrealisme”, vrouwenhaat werd “traditie”, complotdenken werd “kritiek op globalisme” en uitsluiting werd “zelfbehoud”. Dat was geen verzachting, maar een methode. Oude haat in keurige woorden wordt makkelijker bespreekbaar voor mensen die bij openlijke neonazistische symbolen zouden afhaken.
In de eerste jaren trok Erkenbrand voor Nederlandse extreemrechtse begrippen veel aandacht. De groep organiseerde bijeenkomsten, bouwde internationale contacten op en trok hoogopgeleide sympathisanten aan. Ook waren er lijnen naar Forum voor Democratie. Dat betekende niet dat FvD simpelweg Erkenbrand was, maar wel dat Erkenbrand begreep waar politieke invloed ontstaat: niet alleen in besloten zaaltjes, maar in het langzaam verschuiven van taal, thema’s en grenzen binnen de gewone politiek.
Achteraf is vooral dat belangrijk. Erkenbrand werd minder zichtbaar, maar haar ideeën verdwenen niet. Ze waaierden uit naar partijpolitiek, studentenkringen, Telegramgroepen, anti-woke-campagnes, asielprotesten en remigratienetwerken. De naam klinkt minder vaak dan rond 2017 en 2018, maar woorden als omvolking, beschaving, identiteit en nationale wedergeboorte zijn veel gewoner gaan klinken.
De omvolkingstheorie is daarin een centrale schakel. Volgens dat verhaal is migratie geen gevolg van oorlog, armoede, klimaat, koloniale verhoudingen of arbeidsmarktbeleid, maar een doelbewust plan om “de oorspronkelijke bevolking” te vervangen. Soms wordt dat hardop gezegd, vaker via vragen, memes, losse statistieken en verhalen over elites die “het volk” verraden. Het is een complotfantasie die migranten ontmenselijkt en democratische instituties verdacht maakt.
Die verschuiving is niet los te zien van Forum voor Democratie. De partij begon ooit met een intellectueel-conservatief imago, maar groeide uit tot een plek waar complotdenken, autoritaire fantasieën, anti-woke-retoriek, klimaatontkenning en etnonationalistische taal steeds zichtbaarder werden. Een jonger of gladder gezicht verandert die inhoud niet. Het kan haar juist toegankelijker maken. Dat was ook de les van Erkenbrand: extreemrechts hoeft er niet extreem uit te zien om extreem te zijn.
Het woord “remigratie” laat zien hoe dat werkt. Op papier klinkt het administratief, alsof het gaat om formulieren en terugkeerbeleid. In werkelijkheid slaat het een brug tussen parlementaire migratiepolitiek en extreemrechtse fantasieën over etnische zuivering. Internationale remigratietoppen brengen politici, influencers, identitaire activisten en nationalistische strategen bij elkaar die precies weten hoe je extreme ideeën verkoopbaar maakt. Wanneer Nederlandse partijen zich daarbij aansluiten, is dat geen detail. Het laat zien dat de grens tussen radicaalrechts en expliciet extreemrechts verder vervaagt.
Ook universiteiten zijn onderdeel van deze strijd geworden. Rechtse studentenpartijen en netwerken presenteren zich als verdedigers van vrije meningsuiting tegen “woke indoctrinatie”. Ze richten zich tegen diversiteitsbeleid, genderneutraliteit, dekolonisatie, antiracisme en queer zichtbaarheid. Niet elk anti-woke-standpunt is fascistisch, maar extreemrechts gebruikt deze thema’s wel als toegangspoort. Het begint met spot over “woke-waanzin” en kan eindigen in kringen waar remigratie, etnisch nationalisme en autoritaire politiek normaal gespreksonderwerp worden.
Tegelijk is extreemrechts sterker verbonden geraakt met straatprotest. Waar de alt-right van 2016 vooral leefde op fora, podcasts en besloten digitale plekken, zien we nu een losser landschap van Telegramgroepen, lokale actiegroepen, Defend-netwerken, anti-overheidskanalen en asielprotesten. De term “bezorgde burgers” werkt daarbij vaak als schild. Natuurlijk bestaan er echte zorgen over woningnood, bestaanszekerheid, zorg en lokale machteloosheid. Maar extreemrechts probeert die zorgen om te buigen naar vijandigheid tegen vluchtelingen, moslims, mensen van kleur, trans personen, feministen en linkse activisten.
Bij asielprotesten wordt dat zichtbaar. Lokale onvrede wordt aangejaagd door nationale netwerken. Daarna duiken extreemrechtse activisten op, leggen contacten, verspreiden beelden en zetten boosheid om in organisatie. Zo wordt angst gebruikt als grondstof voor een politiek project dat veel verder gaat dan één opvanglocatie. Het doel is niet alleen protest tegen beleid, maar het bouwen van een beweging waarin uitsluiting steeds normaler wordt.
Fascistische politiek keert in Nederland niet terug als kopie van de jaren dertig. Ze gebruikt memes, podcasts, studentenlijsten, YouTube-kanalen, parlementaire interrupties, rechtszaken, slachtofferretoriek en ironische provocatie. Ze zegt niet altijd dat ze een autoritaire staat wil, maar beweert dat instituties zijn bezet. Ze zegt niet altijd dat ze raciale hiërarchie wil, maar praat over identiteit en demografie. Ze zegt niet altijd dat ze minder rechten wil voor vrouwen en queer mensen, maar zegt het gezin te beschermen. Ze zegt niet altijd dat ze democratie afwijst, maar beweert dat alleen zij namens “het echte volk” spreekt.
Na de neergang van Erkenbrand was het verleidelijk om opgelucht adem te halen. De conferenties werden kleiner, interne ruzies namen toe en kopstukken verdwenen uit beeld. Maar het verdwijnen van een organisatienaam betekent niet dat het gedachtegoed verdwijnt. Invloed meet je niet alleen in ledenaantallen. Invloed zit ook in woorden die media overnemen, frames die politici gebruiken, grappen die jongeren normaal vinden, bedreigingen die bestuurders ontvangen en groepen mensen die zich minder veilig voelen op straat, op school of online.
Daarom moeten we Erkenbrand niet behandelen als een afgesloten hoofdstuk. De organisatie verloor haar glans, maar delen van haar wereldbeeld kregen nieuwe routes. Wat eerst in besloten kringen werd besproken, duikt nu op in talkshows, verkiezingsprogramma’s, studentenraden, Kamerdebatten en lokale protestgroepen. De overwinning van Erkenbrand was niet dat de groep groot bleef. De overwinning was dat haar taal minder vreemd is gaan klinken.
De taak van antifascisme is daarom niet alleen waarschuwen voor openlijke neonazi’s. Het gaat ook om het herkennen van nette woorden die uitsluiting voorbereiden. Wanneer migratiebeleid verandert in dromen over etnische zuivering, wanneer kritiek op instituties verandert in een complot over een kwaadaardige elite, wanneer “bezorgdheid” wordt gebruikt als dekmantel voor intimidatie en wanneer “vrijheid van meningsuiting” vooral betekent dat machtige groepen zonder tegenspraak naar beneden mogen trappen, is het tijd om de grens helder te trekken.
Fascisme groeit waar mensen wennen aan ontmenselijking. Het groeit waar media extremisten behandelen als gewone smaakmakers, waar politici racistische frames overnemen omdat ze denken dat er stemmen mee te winnen zijn en waar angst belangrijker wordt gemaakt dan solidariteit. Maar daar ligt ook onze kracht. Want mensen kunnen ook aan iets anders wennen: aan elkaar verdedigen, aan niet wegkijken, aan het normaal vinden dat vluchtelingen buren worden, dat queer jongeren veilig over straat kunnen, dat moslims niet steeds hun bestaansrecht hoeven uit te leggen en dat niemand wordt opgeofferd voor de woede van een politieke beweging.
Antifascisme begint niet pas bij grote demonstraties of zwarte vlaggen. Het begint ook in de klas, in de buurtapp, bij de sportclub, op de universiteit, in de gemeenteraad, op de werkvloer en aan de keukentafel. Het begint wanneer iemand zegt: nee, zo praten we niet over mensen. Wanneer buren bij een opvanglocatie niet zwijgen terwijl anderen intimideren. Wanneer studenten elkaar beschermen tegen haatcampagnes. Wanneer journalisten weigeren racistische praatjes als frisse meningen te verkopen. Wanneer gewone mensen, zonder heldendom en zonder groot gebaar, een grens trekken.
Juist daarom moeten we blijven kijken naar wat van Erkenbrand is overgebleven, wat is doorgeschoven, wat een nieuw logo kreeg en wat inmiddels in parlement, gemeenteraad, studentenraad of protestgroep rondloopt. Fascisme komt zelden binnen met de naam fascisme op de deur. Vaak komt het binnen als bezorgdheid, identiteit, traditie, orde of gezond verstand. Maar het kan ook worden tegengehouden voordat het wortel schiet. Door mensen die elkaar serieus nemen. Door gemeenschappen die niet buigen voor angst. Door solidariteit die niet wacht tot het te laat is. Dat is de hoopvolle les van antifascisme: haat kan zich organiseren, maar wij ook.
Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.
vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.
Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.
