Palestijnse man staat tussen verbrande muren, verkoolde balken en puin in een huis na een aanval door Israëlische kolonisten in Fundokumiyya.
Een Palestijnse man bekijkt de schade in een uitgebrand huis na een aanval door Israëlische kolonisten in Fundokumiyya, Westelijke Jordaanoever, 22 maart 2026.

China bouwt mee aan Israëls kolonies

In Huwara, een Palestijns dorp bij Nablus, loopt de wereldpolitiek soms gewoon door de straat. Niet als vlag, niet als verklaring van een ministerie, maar als arbeider die na zijn werk boodschappen doet in een Palestijnse winkel, terwijl de nederzetting op de heuvel blijft groeien.

De Palestijnse onderzoeker Razan Shawamreh hoorde daar een zin die bleef hangen: “Je hoeft niet naar China, Razan. Kom naar Huwara. China is hier.” Shawamreh is geen toevallige commentator op dit onderwerp. Ze werkt op het snijvlak van internationale betrekkingen, Chinese buitenlandse politiek en de positie van Palestina in een wereldorde die steeds meer door rivaliserende grootmachten wordt gevormd. Haar onderzoek richt zich juist op de spanning tussen China’s diplomatieke taal over Palestina en de economische, militaire en politieke relaties die Beijing tegelijk onderhoudt in de regio.

Steun vrheid.nl op Substack

Dat maakt haar blik belangrijk. Ze kijkt niet van buitenaf naar Palestina als dossier, maar vanuit een Palestijnse werkelijkheid waarin internationale politiek elke dag materieel wordt: in wegen, checkpoints, arbeidscontracten, nederzettingen en grond die verdwijnt. De grap uit Huwara had daarom scherpe randen. Want wat betekent solidariteit met Palestina als Chinese arbeid, Chinees kapitaal en Chinese staatsbedrijven tegelijk raken verweven met Israëls nederzettingenproject?

Die vraag schuurt. Juist omdat China zich internationaal graag presenteert als tegenwicht tegen Amerikaans imperialisme. Beijing spreekt over Palestijnse zelfbeschikking, veroordeelt nederzettingen en roept Israël op om te stoppen met illegale bouw op de Westelijke Jordaanoever. Maar woorden bouwen geen huizen. Beton, geld, transport, landbouw, arbeid en bedrijven doen dat wel.

Nederzettingen zijn geen gewone woonwijken

Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied zijn volgens het internationaal recht illegaal. De VN-Veiligheidsraad heeft vastgesteld dat ze geen juridische geldigheid hebben en een flagrante schending van het internationaal recht vormen. In 2024 oordeelde ook het Internationaal Gerechtshof dat Israëls voortdurende aanwezigheid in het bezette Palestijnse gebied onrechtmatig is, en dat staten die situatie niet mogen erkennen of helpen voortbestaan.

Dat laatste is beslissend. Want het gaat niet alleen om Israël. Het gaat ook om staten, banken, pensioenfondsen, transportbedrijven, bouwbedrijven, voedselconcerns en chemiebedrijven die de bezetting laten draaien. Een nederzetting is geen losstaand hek op een heuvel. Het is een systeem. Er zijn wegen nodig, elektriciteit, landbouw, export, buslijnen, vergunningen, beveiliging, arbeid en internationale handel. Precies daar komt China in beeld.

De afspraak was helder, de werkelijkheid niet

Israël en China sloten eerder akkoorden om duizenden Chinese bouwvakkers naar Israël te halen. Daarbij werd afgesproken dat zij niet in nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever of in Oost-Jeruzalem zouden werken. Israël benadrukte destijds vooral de veiligheid van de arbeiders. Chinese functionarissen wezen juist op China’s bezwaar tegen bouw in nederzettingen.

Op papier lijkt dat helder. In de praktijk is het troebeler. Shawamreh sprak met Palestijnen in onder meer Nablus, Ramallah en Hebron die Chinese arbeiders zagen werken in of rond nederzettingen. Dat zijn getuigenissen, geen volledige arbeidsdatabase. Maar ze passen in een breder patroon: China zegt één ding op diplomatiek niveau, terwijl Chinese arbeid en Chinese ondernemingen op de grond opduiken in de materiële infrastructuur van kolonisatie.

Dat maakt de vraag scherper. Is dit een kwestie van gebrek aan toezicht? Van bewuste dubbelzinnigheid? Van bedrijven die doen wat winst oplevert zolang de staat wegkijkt? Waarschijnlijk van alles tegelijk.

China is geen karikatuur van één almachtige staat die elk bedrijf, elke arbeider en elke investering op afstand bestuurt. Maar dat ontslaat Beijing niet van verantwoordelijkheid. Zeker niet wanneer het gaat om staatsbedrijven, grote strategische investeringen en politieke claims over internationale rechtvaardigheid.

Adama: landbouw is hier nooit alleen landbouw

Een van de duidelijkste voorbeelden is Adama Agricultural Solutions. Dit voormalige Israëlische bedrijf kwam in handen van ChemChina, een Chinees staatsbedrijf. Tijdens Israëls oorlog tegen Gaza mobiliseerde Adama steun voor Israëlische boeren die kampten met een tekort aan arbeidskrachten, waaronder boeren in de zogenoemde Gaza Envelope en noordelijke grensgemeenschappen. In 2024 zette het bedrijf ook een studiebeursfonds op voor landbouwopleidingen voor inwoners van die gebieden.

Op zichzelf klinkt landbouw onschuldig. Maar in Palestina is landbouw nooit alleen landbouw. Land is macht. Water is macht. Wie mag zaaien, wie mag oogsten, wie mag exporteren en wie wordt met geweld van grond verdreven: dat zijn koloniale vragen.

Wanneer een Chinees staatsbedrijf Israëlische landbouwstructuren steunt die verbonden zijn met grensgebieden, militaire logica en nederzettingspolitiek, dan is dat geen neutrale handel. Dan wordt economische activiteit onderdeel van een systeem dat Palestijns land en Palestijns leven onder druk zet.

Tnuva: melk, buslijnen en de normalisering van bezetting

Ook Tnuva laat zien hoe gewoon kolonisatie kan worden gemaakt. Tnuva is een grote Israëlische voedselproducent. Het Chinese Bright Food nam in 2014 een meerderheidsbelang in het bedrijf.

Onderzoeksorganisaties hebben Tnuva in verband gebracht met melkproductie uit illegale Israëlische nederzettingen in de bezette Westelijke Jordaanoever en de bezette Golanhoogten. Daarnaast wordt het bedrijf genoemd in verband met openbaar vervoer dat nederzettingen bedient.

Een buslijn lijkt klein. Maar een nederzetting wordt pas permanent wanneer mensen er normaal kunnen wonen. Wanneer kinderen naar school kunnen, werknemers naar hun werk, producten naar de markt, soldaten naar controleposten en kolonisten naar de stad. Infrastructuur maakt bezetting minder zichtbaar en juist daardoor duurzamer.

Ahava: schoonheid uit bezet gebied

Nog zo’n voorbeeld is Ahava, het cosmeticabedrijf dat produceert in Mitzpe Shalem, een Israëlische nederzetting bij de Dode Zee. Het Chinese Fosun kocht Ahava in 2016. Het bedrijf is al jaren doelwit van boycotcampagnes vanwege productie in bezet gebied.

Ook hier zie je dezelfde tegenstelling. Terwijl Beijing in internationale fora spreekt over Palestijnse rechten, profiteren Chinese bedrijven van Israëlische ondernemingen die verankerd zijn in bezet Palestijns gebied.

Dat is geen bijzaak. Het is precies hoe apartheid en kolonisatie vaak werken: niet alleen door soldaten en ministers, maar ook door contracten, merken, export, logistiek en stille aandeelhouders.

Geen vrijbrief voor Washington

Kritiek op China mag nooit worden gebruikt om de hoofdrol van de Verenigde Staten weg te poetsen. De VS blijven Israëls belangrijkste militaire, diplomatieke en financiële beschermheer. Zonder Amerikaanse wapens, veto’s en politieke dekking zou Israëls geweld tegen Palestijnen er anders uitzien. Maar dat betekent niet dat andere machten vrijuit gaan.

Wie alleen naar Washington kijkt, mist hoe het wereldkapitalisme werkt. De VS en China staan tegenover elkaar, maar ze raken elkaar ook in dezelfde markten. Ze concurreren, onderhandelen, dreigen, investeren en profiteren soms van dezelfde kapotte plekken: havens, mijnen, handelsroutes, conflictgebieden en bezette gebieden.

Dat is geen simpele samenwerking. Het is eerder vijandige verstrengeling. Rivaliteit bovenin, gedeelde winst onderin. En de rekening ligt bij gewone mensen: Palestijnse families die land verliezen, arbeiders die afhankelijk worden gemaakt, boeren die hun oogst zien verdwijnen, dorpen die tussen nederzettingen worden ingeklemd.

Solidariteit vraagt meer dan kampdenken

Voor progressieve bewegingen is dit lastig, maar nodig. Steun voor Palestina mag niet veranderen in geopolitiek supporterschap. Het is niet genoeg om te zeggen: Amerika slecht, dus China goed. Zo simpel is de wereld niet, en zo goedkoop mag solidariteit niet worden.

De vraag is niet welke grootmacht de mooiste persverklaring schrijft. De vraag is wie helpt om bezetting af te breken, en wie haar laat voortbestaan.

China kan niet geloofwaardig zeggen dat het Palestijnse zelfbeschikkingsrecht steunt terwijl Chinese staatsbedrijven en concerns verdienen aan, investeren in of bijdragen aan de infrastructuur van Israëlische nederzettingen. Dat geldt ook voor Europese bedrijven, Amerikaanse fondsen, Nederlandse pensioenpotten en elke andere speler die zich achter handelsneutraliteit verschuilt.

Want handel is hier niet neutraal. Handel kiest een kant wanneer zij wegen, huizen, landbouw, transport en winst verbindt aan gestolen land.

De betekenis van Shawamrehs onderzoek ligt niet alleen in de onthulling dat Chinese arbeiders en bedrijven betrokken zijn bij nederzettingen. Het grotere punt is dat politieke taal vaak als mist werkt. Staten spreken over vrede, recht en soevereiniteit, terwijl hun bedrijven precies het tegenovergestelde doen.

Daarom moeten solidariteitsbewegingen scherper kijken. Niet alleen naar bommen en tanks, maar ook naar contracten, eigendomsstructuren, aanbestedingen en aandeelhouders. Niet alleen naar wie Israël verdedigt in de VN, maar ook naar wie geld verdient aan de nederzetting als dagelijks systeem.

Palestina heeft niets aan grootmachten die mooie woorden leveren en intussen de bezetting helpen onderhouden. Palestijnen hebben recht op vrijheid, terugkeer, land, veiligheid en zelfbeschikking. Dat vraagt geen betere propaganda van staten, maar druk van onderop: boycot, desinvestering, sancties, arbeidsorganisatie, onderzoek, journalistiek en internationale solidariteit die niet buigt voor kampdenken.

In Huwara wordt de wereldorde concreet. Een dorp, een weg, een winkel, een arbeider, een nederzetting op de heuvel. Daar zie je wat diplomatie probeert te verbergen. En daar begint ook de verantwoordelijkheid: niet bij het geloven van macht, maar bij het volgen van wat macht doet.

Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.

vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.

Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.

Steun deze dwarse plek

Aanbevolen voor jou