Deel 5 van een vijfdelige serie over Berlin Diary van William L. Shirer
De vier eerdere delen van deze serie volgden de weg waarlangs autoritaire macht normaal wordt. Eerst via gewenning. Daarna via journalistiek onder druk. Vervolgens via elites die dachten dat zij het gevaar konden beheersen. En daarna via de atmosfeer vóór geweld zichtbaar losbarst: de straat, de stilte, de geruchten, de mediabeelden, de lichamen die sneller gaan lopen.
Dit laatste deel brengt die lijnen samen in één ongemakkelijke vraag: waarom kijken mensen weg? Niet alleen daders maken autoritaire politiek mogelijk. Niet alleen leiders, propagandisten, knokploegen of partijstrategen. Ook mensen die beter hadden kunnen weten, maar hun ogen afwendden. Mensen die de signalen zagen, maar ze los van elkaar bleven behandelen. Mensen die de taal harder hoorden worden, maar bleven zeggen dat het om incidenten ging. Mensen die de dreiging voelden, maar hoopten dat iemand anders zou ingrijpen.
Berlin Diary van William L. Shirer blijft waardevol omdat het die zone beschrijft. Niet de comfortabele wereld van achteraf, waarin iedereen zogenaamd precies weet waar hij gestaan zou hebben. Maar de onzekere wereld waarin de keuze nog gemaakt moet worden. De wereld waarin wegkijken nog kan worden voorgesteld als redelijkheid, voorzichtigheid, nuance of rust bewaren. Juist daar begint verantwoordelijkheid.
Wegkijken is zelden nietsdoen
Wegkijken klinkt passief. Alsof iemand simpelweg niets doet. Alsof het gaat om afwezigheid, onoplettendheid of gebrek aan informatie. Maar vaak is wegkijken veel actiever dan dat.
Wie wegkijkt, moet signalen kleiner maken. Hij moet zichzelf geruststellen. Hij moet slachtoffers op afstand houden. Hij moet waarschuwingen overdreven noemen. Hij moet taal verzachten. Hij moet doen alsof gebeurtenissen los van elkaar staan. Hij moet blijven geloven dat de grens nog niet echt overschreden is. Dat kost inspanning.
Autoritaire macht profiteert daarvan. Zij heeft niet alleen aanhangers nodig, maar ook mensen die het patroon niet willen zien. Mensen die elke stap afzonderlijk beoordelen. Deze uitspraak was misschien ongelukkig. Deze maatregel is misschien tijdelijk. Deze intimidatie is misschien een incident. Deze aanval op een minderheid is misschien electorale retoriek. Deze bedreiging van journalisten is misschien gewoon harde politiek.
Zo wordt het geheel onzichtbaar gemaakt. Niet omdat het er niet is, maar omdat te veel mensen weigeren de losse onderdelen met elkaar te verbinden.
De geruststeller als bondgenoot van de macht
Elke autoritaire ontwikkeling heeft haar geruststellers. Mensen die zeggen dat het allemaal wel meevalt. Dat instellingen sterk genoeg zijn. Dat de leider uiteindelijk zal matigen. Dat de harde taal vooral campagne is. Dat de achterban nu eenmaal gehoord wil worden. Dat critici niet zo hysterisch moeten doen. Dat polarisatie van twee kanten komt. Dat je met iedereen in gesprek moet blijven, zelfs wanneer één kant bezig is anderen hun menselijkheid te ontnemen.
Soms zijn geruststellers oprecht. Soms zijn ze bang. Soms beschermen ze hun positie. Soms willen ze vooral voorkomen dat hun eigen wereld onrustig wordt. Maar het effect is vaak hetzelfde: zij maken de werkelijkheid zachter dan zij is.
Shirer zag dat mechanisme in Europa vóór en tijdens de oorlog. Steeds opnieuw werd agressie voorgesteld als tijdelijke druk. Steeds opnieuw werd dreiging verpakt als onderhandeling. Steeds opnieuw werd uitstel gepresenteerd als wijsheid. En steeds opnieuw betaalden anderen de prijs voor die zogenaamde voorzichtigheid.
De geruststeller lijkt redelijk, maar zijn redelijkheid werkt vaak maar één kant op. Mild voor de macht. Streng voor wie waarschuwt. Begripvol voor de dader. Wantrouwig tegenover degene die gevaar benoemt. Dat is geen neutraliteit. Dat is een politieke keuze.
Niet weten omdat weten verplicht
Mensen kijken vaak niet weg omdat zij niets weten. Zij kijken weg omdat weten verplichtingen schept. Wie echt ziet dat een groep wordt ontmenselijkt, kan niet langer doen alsof het alleen om debat gaat. Wie echt ziet dat journalistiek wordt geïntimideerd, kan niet langer doen alsof persvrijheid vanzelf blijft bestaan. Wie echt ziet dat politieke taal mensen onveilig maakt, kan niet langer doen alsof woorden onschuldig zijn. Wie echt ziet dat instellingen falen, kan niet langer rustig wachten tot diezelfde instellingen zichzelf herstellen. Weten maakt medeplichtigheid zichtbaar.
Daarom is ontkenning vaak aantrekkelijk. Niet omdat zij logisch is, maar omdat zij comfort biedt. Zolang iets nog complex heet, hoeft men misschien niets te doen. Zolang het nog onduidelijk heet, kan men blijven wachten. Zolang beide kanten zogenaamd even erg zijn, hoeft men geen positie te kiezen.
Maar er zijn momenten waarop onduidelijkheid niet langer eerlijk is. Dan is zij bescherming. Bescherming van de eigen rust. Bescherming van carrière, reputatie, toegang, bezit of sociale kring. Bescherming van het recht om niets te hoeven doen.
De macht van losse incidenten
Een van de krachtigste manieren om wegkijken mogelijk te maken, is het opdelen van een patroon in losse incidenten.
Een politicus valt een journalist aan. Een groep wordt weggezet als gevaar. Een rechter wordt verdacht gemaakt. Een demonstratie wordt geïntimideerd. Een opvangplek wordt doelwit. Een wetenschappelijke instelling wordt aangevallen. Een kunstenaar wordt bedreigd. Een ambtenaar wordt onder druk gezet. Een school krijgt te maken met haatcampagnes. Los van elkaar kunnen zulke gebeurtenissen nog worden weggeredeneerd. Samen vertellen ze een ander verhaal.
Journalistiek, politiek en bestuur dragen hier verantwoordelijkheid. Wie elk incident behandelt alsof het uit het niets komt, helpt het patroon verdwijnen. Wie steeds opnieuw begint bij nul, maakt macht sterker. Want autoritaire bewegingen werken juist door herhaling. Zij testen, verschuiven, normaliseren en gaan verder. Het woord “incident” kan dan een deken worden. Warm voor wie niet wil kijken, verstikkend voor wie de dreiging voelt.
Gewone mensen en kleine aanpassingen
Het is verleidelijk om wegkijken vooral bij elites te leggen. Zij dragen veel verantwoordelijkheid. Diplomaten, zakenmensen, ministers, hoofdredacties, bestuurders en partijleiders hebben middelen, toegang en macht. Wanneer zij wegkijken, heeft dat grote gevolgen.
Maar Berlin Diary laat ook iets zien over gewone mensen. Over de kleine aanpassingen waarmee een samenleving verandert. Mensen die zachter gaan praten. Mensen die hun mening voor zich houden. Mensen die niet meer naast iemand gaan staan. Mensen die een grap laten passeren. Mensen die wegkijken wanneer iemand wordt lastiggevallen. Mensen die denken dat het verstandiger is om niet op te vallen.
Niet iedereen die zich aanpast, is dader. Angst is echt. Afhankelijkheid is echt. Mensen moeten huur betalen, werk houden, kinderen beschermen, papieren veiligstellen, niet op lijsten terechtkomen. Wie kwetsbaar is, kan niet altijd hetzelfde risico nemen als wie veilig zit.
Maar juist daarom moet solidariteit centraal staan. Verzet kan niet alleen bestaan uit individuele moed. Het moet mensen minder alleen maken. Het moet bescherming organiseren. Het moet zorgen dat degene die spreekt niet geïsoleerd raakt. Dat degene die bedreigd wordt niet zelf de hele last hoeft te dragen. Dat degene die weigert mee te bewegen niet als enige blijft staan. Wegkijken wordt moeilijker wanneer solidariteit zichtbaar wordt.
De comfortabele fantasie van achteraf
Achteraf denken veel mensen dat zij aan de goede kant zouden hebben gestaan. Zij zouden de signalen hebben gezien. Zij zouden niet hebben gezwegen. Zij zouden niet hebben meegewerkt. Zij zouden de buurman hebben beschermd, de leugen hebben tegengesproken, de journalist hebben geloofd, de minderheid hebben verdedigd, de grens hebben getrokken.
Misschien. Maar die fantasie kost weinig wanneer de geschiedenis al voorbij is. De echte test vindt plaats wanneer de uitkomst nog niet vaststaat. Wanneer waarschuwen overdreven lijkt. Wanneer de macht nog respectabel genoeg oogt. Wanneer de slachtoffers nog worden voorgesteld als probleem. Wanneer het verlies van toegang, status of rust voelbaar is. Wanneer spreken gevolgen heeft.
Dat is de wereld waarin Shirer schreef. Niet de wereld waarin iedereen al wist hoe de film zou eindigen, maar de wereld waarin velen nog bleven hopen dat het einde anders zou zijn.
Daarom is Berlin Diary geen boek dat ons alleen iets leert over toen. Het leert ons hoe gevaarlijk het is om onszelf achteraf moed toe te schrijven terwijl we in het heden aarzelen.
Kritisch lezen zonder weg te leggen
Shirer was geen heilige en geen neutrale camera. Hij schreef vanuit zijn positie: Amerikaans, mannelijk, journalistiek, gevormd door zijn tijd. Zijn gepubliceerde dagboek is bovendien geen onaangeraakte ruwe opname van de werkelijkheid, maar een tekst die voor publicatie is gevormd.
Dat moeten we niet wegpoetsen. Juist een antifascistische lezing moet kritisch blijven. Ook getuigen die veel zagen, zagen niet alles. Ook scherpe waarnemers hebben blinde vlekken. Ook teksten die waarschuwen, moeten worden gelezen met aandacht voor hun positie, taal en beperkingen.
Maar kritisch lezen is iets anders dan cynisch wegleggen. De vraag is niet of Shirer perfect was. De vraag is wat zijn dagboek zichtbaar maakt. En wat het zichtbaar maakt, is nog steeds urgent: hoe macht groeit wanneer mensen wennen, wanneer pers onder druk komt, wanneer elites rekenen, wanneer de straat verandert en wanneer te veel mensen blijven hopen dat het allemaal zonder hun tussenkomst zal stoppen. Die les blijft staan.
Wat willen wij niet zien?
De moeilijkste vraag is niet wat mensen toen hadden moeten zien. De moeilijkste vraag is wat wij vandaag liever niet zien. Welke woorden zijn harder geworden terwijl we eraan gewend raakten? Welke groepen worden steeds opnieuw als probleem aangewezen? Welke vormen van dreiging noemen we nog steeds onvrede? Welke leugens behandelen we als standpunten? Welke mediaframes herhalen we omdat ze bekend klinken? Welke instellingen vertrouwen we nog terwijl ze allang te traag reageren? Welke mensen laten we alleen omdat hun onveiligheid ons leven niet direct raakt?
Dat zijn geen comfortabele vragen. Maar een serie over Berlin Diary heeft weinig waarde als zij alleen eindigt met historische verontwaardiging. De waarde ligt in het ongemak dat terugkaatst.
Niet omdat elke tijd dezelfde is. Niet omdat elk gevaar dezelfde vorm heeft. Maar omdat wegkijken telkens nieuwe taal vindt om zichzelf redelijk te laten klinken.
Solidariteit tegen de mist
Autoritaire macht houdt van mist. Van verwarring, uitputting, overdaad aan leugens, losse incidenten, schijnbare nuance en eindeloze discussie over wat toch allang zichtbaar is. Mist maakt mensen alleen. Mist laat slachtoffers twijfelen aan hun eigen waarneming. Mist geeft instellingen een excuus om te wachten.
Solidariteit is een manier om die mist te doorbreken. Solidariteit zegt: jij ziet dit niet alleen. Solidariteit zegt: wat jou overkomt is geen los incident. Solidariteit zegt: we verbinden de signalen. Solidariteit zegt: we laten de macht niet bepalen wie geloofwaardig is, wie bescherming verdient en wie als probleem mag worden weggezet.
Daarom is antifascisme niet alleen een houding tegen iets. Het is ook een praktijk vóór iets: vóór bescherming, vóór waarheid, vóór vrije journalistiek, vóór minderheden, vóór arbeiders, vóór vluchtelingen, vóór queer mensen, vóór iedereen die door autoritaire politiek tot doelwit wordt gemaakt. Niet als liefdadigheid van bovenaf, maar als gedeelde zelfverdediging van onderop.
Niet wachten tot iedereen het ziet
Het afsluitende punt van deze serie is eenvoudig, maar niet gemakkelijk. Wacht niet tot iedereen het ziet. Wanneer iedereen het ziet, is er vaak al veel kapot. Dan zijn woorden al verschoven, instellingen al verzwakt, mensen al geïntimideerd, grenzen al verlegd en slachtoffers al alleen gelaten. De geschiedenis beloont zelden degenen die pas durven spreken wanneer spreken veilig is geworden.
Berlin Diary herinnert ons eraan dat gevaar meestal eerder zichtbaar is dan officieel erkend. Dat mensen al iets voelen voordat bestuurders het benoemen. Dat slachtoffers al weten wat er gebeurt voordat commentatoren het patroon accepteren. Dat de straat al verandert voordat de geschiedenisboeken een hoofdstuk openen.
Daarom begint verzet niet bij zekerheid. Het begint bij aandacht. Bij luisteren naar wie geraakt wordt. Bij weigeren om haat als mening te behandelen. Bij het verdedigen van journalistiek voordat zij gebroken wordt. Bij het herkennen van patronen voordat ze onomkeerbaar lijken. Bij solidariteit voordat de schade is samengevat.
Neutraliteit tegenover georganiseerde ontmenselijking is geen voorzichtigheid. Het is bescherming van de macht.
Dat is de les die Berlin Diary ons nalaat. Niet alleen dat het toen anders had gemoeten. Maar dat wij nu niet mogen wachten tot later ons vertelt wat we allang hadden kunnen zien.
Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.
vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.
Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.
