Demonstranten in Utrecht houden een spandoek vast met de tekst “toen niet, nu niet, nooit meer fascisme” tijdens een anti-fascistische actie.
Tijdens de actie “Toen niet, nu niet, nooit meer fascisme” in Utrecht kwamen honderden mensen samen tegen fascisme en voor solidariteit.

Anti-fascistisch wonen: geen vrijheid zonder thuis

In Utrecht stonden op 5 mei zo’n vijfhonderd mensen op straat onder de leus: “Toen niet, nu niet, nooit meer fascisme.” Niet als ritueel. Niet als keurige herdenking na afloop van de geschiedenis. Maar omdat Bevrijdingsdag alleen iets betekent als we durven kijken naar wat vandaag opnieuw groeit.

Fascisme begint niet altijd met laarzen, vlaggen en saluten. Het begint ook met formulieren, beleidsnota’s, uitzettingsbevelen en woorden die mensen langzaam buiten de kring van het menselijke duwen. Het begint wanneer iemand “illegaal” wordt genoemd. Wanneer een wijk “achterstandswijk” heet. Wanneer bewoners plaats moeten maken voor rendement. Wanneer de staat zegt dat er geen plek is, terwijl leegstaande panden wachten op betere marktwaarde.

Daarom sprak in Utrecht ook Mustapha Eaisaouiyen, woonactivist uit Rotterdam en bekend van het bewonersverzet tegen de sloop van de Tweebosbuurt. Vanuit Woonopstand, de BuurToren en de Bond Precaire Woonvormen verbindt hij woningnood, gentrificatie en dakloosheid aan een bredere strijd tegen racisme, zondebokpolitiek en autoritaire macht. In Utrecht sprak hij over anti-fascistisch wonen.

Steun vrheid.nl op Substack

Wonen is geen gunst van de markt

Wonen is geen privilege. Geen luxe. Geen product dat verhandeld moet worden alsof het aandelen zijn op Wall Street of Beursplein 5. Geen koopwaar voor roofinvesteerders, parasitaire beleggers en grootgrondbezitters die de aarde al bezitten en daarna ook nog onze voordeur willen hebben.

Wonen is fundamenteler dan dat. Een thuis krijg je niet omdat je koopkracht hebt, maar omdat je bestaat. Omdat je mens bent. Een thuis is rust. Bescherming. Worteling. Een plek waar je mag ademen zonder elke maand te vrezen dat een huurverhoging, een verkoopbesluit of een gemeentelijke herontwikkeling je leven uit elkaar trekt.

Anti-fascistisch wonen begint daar. Bij de weigering om het huis te zien als verdienmodel. Bij het simpele, radicale inzicht dat huizen mensen moeten dragen, niet kapitaal. Huizen voor mensen, niet voor winst. Gemeenschap boven bezit. Een thuis boven de woningmarkt.

Fascisme groeit waar mensen worden weggewerkt

Fascisme begint niet pas wanneer de knokploegen door de straat lopen. Het begint eerder. In taal. In beleid. In de manier waarop sommige mensen steeds opnieuw moeten bewijzen dat zij ergens mogen zijn.

Wie wil begrijpen wanneer fascisme werkelijkheid wordt, moet daarom niet alleen kijken naar openlijk geweld of partijen met zwarte vlaggen. Het begint vaak eerder: wanneer beleid mensen rechteloos maakt, wanneer buurten worden opgeofferd aan winst, wanneer kwetsbare groepen als probleem worden aangewezen en wanneer ontmenselijking langzaam bestuurlijke taal wordt.

Het begint in bestemmingsplannen die bewoners wegschuiven. In uitzettingsbevelen die gezinnen breken. In wetten die privatiseren, criminaliseren, discrimineren en ontmenselijken. Het begint in zogenaamd “opgeknapte wijken”, waar van de oorspronkelijke bewoners soms alleen nog een muurschildering overblijft. Een herinnering aan mensen die eerst de buurt maakten en daarna te duur werden bevonden om er nog te wonen.

Dat is geen toeval. Dat is zondebokpolitiek in haar hardste vorm. Mensen worden tegen elkaar opgezet zodat de echte macht buiten beeld blijft. Vluchtelingen krijgen de schuld van woningnood, terwijl beleggers, banken, projectontwikkelaars en politiek bestuur jarenlang van schaarste hebben geprofiteerd. Migranten worden aangewezen als probleem, terwijl het probleem zit in een systeem dat woningen behandelt als investeringsobjecten.

Dat systeem wist gemeenschappen uit en noemt het ontwikkeling. Het noemt fascisten “bezorgde burgers”, maar criminaliseert solidariteit. Het spreekt over vrijheid, terwijl het oorlog, geweld en een economie verdedigt waarin winst telkens zwaarder weegt dan leven.

Gentrificatie is sociale zuivering met mooie woorden

We moeten eerlijk zijn over wat er gebeurt. Gentrificatie is niet zomaar een hip koffietentje of een nieuwe gevel. Het is vaak sociale zuivering met een duur woord. Een bureaucratische uitwissing van ergens mogen behoren.

Een buurt is meer dan grondwaarde. Een buurt is de buurvrouw die je kind kent. De winkelier die weet dat je moeder ziek is. De straat waar je taal klinkt. De portiek waar mensen elkaar groeten. Een gemeenschap die je draagt, niet uitspuugt zodra je huur te laag is voor het nieuwe plan.

Maar precies dat gebeurt. Mensen worden weggeduwd naar de randen. Sociale huurders krijgen te horen dat ze niet langer passen bij de stad die bestuurders en beleggers voor zich zien. De een noemt hen “kansarm”, de ander spreekt over een “achterstandswijk”. Beide woorden doen hetzelfde: ze maken mensen kleiner, zodat hun verdrijving redelijker lijkt.

En ondertussen zien we de tenten onder bruggen. Kinderen die slapen in auto’s, kelders en schuren. Ouderen die moeten kiezen tussen warm eten en een warm huis. Vluchtelingen, migranten, statushouders en ongedocumenteerden tegen wie steeds opnieuw wordt gezegd: er is geen plek voor jou. Geen kamer. Geen huis. Geen welkom.

Maar er is wel plek. Alleen wordt die plek bewaakt door eigendom, winst en politieke lafheid.

De woningmarkt is gemaakt, en kan dus ook anders

Het is verleidelijk om over de woningcrisis te praten alsof niemand haar heeft veroorzaakt. Alsof schaarste zomaar ontstond, buiten politiek en bestuur om. Maar deze markt is gemaakt. Door keuzes. Door verkoop van sociale huur. Door liberalisering. Door beleggers ruimte te geven. Door huurders minder bescherming te bieden. Door grond te behandelen als wapen en woningnood als verdienkans.

Die keuzes passen in een bredere neoliberale logica waarin publieke voorzieningen steeds vaker worden behandeld als markten, burgers als risico’s en bestaanszekerheid als kostenpost. Wie wil begrijpen hoe neoliberalisme Nederland veranderde, ziet op de woningmarkt een van de scherpste voorbeelden: wonen werd losgetrokken van rechtvaardigheid en vastgeklonken aan rendement.

Wanneer banken gered worden, maar gezinnen buitengesloten raken, dan is dat geen neutraal beleid. Wanneer woningen worden opgepot, doorverkocht en gestript van hun ziel, dan is dat geen efficiëntie. Wanneer “betaalbare woningen” een rekbaar woord wordt voor huizen die miljoenen mensen nooit kunnen betalen, dan is dat geen misverstand. Dat is macht.

Achter elke huurverhoging staat iemand die rekent of de boodschappen nog passen. Achter elk luxe appartement staat vaak een verdwenen gezin, een ontwortelde huurder, een gemeenschap die een stukje van zichzelf kwijtraakte. Achter elk beleidswoord schuilt een lichaam dat moe wordt van overleven.

Een huis is meer dan een dak. Het is veiligheid. Waardigheid. Thuishoren.

Geen dakloosheid in een land vol leegstand

Anti-fascistisch wonen is geen mooie leus voor op een spandoek. Het is beleid, maar meer nog: het is een principe.

Het is de weigering om te accepteren dat mensen op stoepen, in parken en onder viaducten slapen terwijl penthouses leeg staan als glanzende monumenten van bewust slecht beleid. Het is de morele helderheid om te zeggen: er mag geen dakloosheid bestaan. Geen leegstand in een wereld vol nood. Geen woononzekerheid waar genoeg stenen, grond en geld zijn om iedereen veilig te huisvesten.

Dat betekent huurverlaging. Het betekent massale sociale woningbouw. Het betekent wonen zonder winst. Het betekent bescherming tegen uitzetting. Het betekent onderlinge hulp, buurtmacht en huurdersorganisatie. Het betekent herstel, ook voor gemeenschappen die generaties lang naar de randen zijn geduwd: zwarte gemeenschappen, inheemse bevolkingen, arbeidsmigranten, arme gezinnen, mensen die telkens opnieuw het zwaarste werk doen en het minste recht krijgen op rust.

Anti-fascistisch wonen vraagt niet alleen om verzet tegen wat afbreekt. Het vraagt ook om bouwen. Niet als projectontwikkelaar, maar als gemeenschap. Steen voor steen. Deur voor deur. Met handen, harten en moed.

Waar komt het geld vandaan?

De bekende vraag komt altijd. Waar moet het geld vandaan komen?

Maar die vraag klinkt vreemd in een wereld waar oorlog altijd financiering vindt. Waar grenzen worden gemilitariseerd. Waar politie meer middelen krijgt. Waar banken en bedrijven steun krijgen zodra hun winsten gevaar lopen. Waar miljarden en biljoenen beschikbaar zijn voor wapens, surveillance en repressie, maar een veilig huis plotseling “onbetaalbaar” heet.

Er is geld. De vraag is niet of het er is. De vraag is wie erover beslist. Wie profiteert van schaarste. Wie betaalt de prijs van die schaarste. En waarom een samenleving die overvloed produceert, zoveel mensen laat leven alsof hun bestaan een last is.

Schaarste is hier geen noodlot. Zij wordt gemaakt en onderhouden. Daarna wordt de woede die daaruit voortkomt naar beneden geschopt: naar vluchtelingen, migranten, statushouders, mensen van kleur, mensen zonder papieren, arme huurders. Zij vangen de klappen op van een crisis die zij niet hebben veroorzaakt.

Anti-fascistisch wonen ontmaskert die leugen. Het zegt: compassie is geen kostenpost. Solidariteit is geen schuld. Een thuis is geen beloning voor gehoorzaamheid.

Hoop moet georganiseerd worden

Protest is nodig. Maar protest alleen is niet genoeg. De aardverschuiving zit ook in wat we opbouwen: wijkbonden, huurderscomités, kraakpanden als plekken van solidariteit, buurtkeukens, juridische steun, blokkades tegen uitzetting, collectieve zorg, gesprekken aan de keukentafel die uitgroeien tot macht van onderop.

Elke keer dat een huurder wordt beschermd, wordt ook de democratie beschermd. Elke keer dat een uitzetting wordt tegengehouden, wordt wanhoop teruggeduwd. Elke keer dat iemand onderdak vindt, krijgt hoop een adres.

Dit is geen utopie. Dit is anti-fascistisch realisme. Want realisme zonder hoop is overgave. En hoop zonder strijd blijft sentiment.

We hebben een ander realisme nodig. Het realisme van mensen die weten dat vrijheid niet bestaat zonder dak boven je hoofd. Het realisme van buurten die weigeren te verdwijnen. Het realisme van huurders die elkaar vasthouden. Het realisme van radicale gelijkwaardigheid, niet als droom voor later, maar als praktijk van vandaag.

Laat de roofinvesteerders beven. Laat de huisjesmelkers zweten. Laat bestuurders horen dat wij niet klein en stil verdwijnen. Wij komen met wijkbonden vol moed, met buurten die blijven staan, met huurstakingen, kraakpanden, buurtkeukens en solidariteit die niet om toestemming vraagt.

Niet gewapend met wanhoop, maar met menselijkheid. Met de koppige overtuiging dat niemand vrij is zolang mensen uit hun huis worden gezet voor winst.

Wonen als praktijk van herinnering

Anti-fascistisch wonen is geen houding voor één demonstratie. Het is een discipline. Een praktijk van zorg. Een praktijk van waarheid. Een praktijk van herinnering.

Het herinnert ons eraan dat fascisme groeit wanneer mensen worden vergeten. Wanneer hun namen verdwijnen achter cijfers. Wanneer hun buurten worden verkocht als kansen voor investeerders. Wanneer hun pijn wordt uitgelegd als individueel falen. Wanneer onverschilligheid netjes beleid wordt.

Daarom moeten we blijven zeggen wat eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn: ieder mens verdient een thuis. Een kind in de opvang verdient een eigen kamer. Een plafond dat niet lekt. Een muur zonder schimmel. Een deur die achter je dicht kan, niet vóór je neus.

Arbeiders die dit land hebben opgebouwd zijn geen wegwerpmensen. Migranten zijn geen probleem. Ongedocumenteerden zijn geen schaduw. Vluchtelingen zijn geen bedreiging. Sociale huurders zijn geen obstakel voor stadsontwikkeling. Zij zijn de stad. Zij zijn de gemeenschap. Zij zijn het leven dat winst telkens probeert weg te rekenen.

Op 5 mei de straat op gaan tegen fascisme is geen breuk met Bevrijdingsdag. Het is juist de kern ervan. Vrijheid is geen vlag die één dag wappert. Vrijheid moet wonen. In straten, in huizen, in lichamen die niet langer bang hoeven zijn om verdreven te worden.

Wij zijn niet alleen. Wij zijn niet machteloos. Wij zijn allemaal anti-fascisten. En samen bouwen we aan een wereld waarin niemand hoeft te smeken om een plek om mens te zijn.

Als dit stuk je iets waard is, maak het dan mee mogelijk.

vrheid.nl schrijft sinds 2000 onafhankelijk, links en zonder commerciële leash. Geen advertenties, geen algoritmische dwang, geen redactionele knieval.

Voor €5 per maand steun je dit werk en ontvang je nieuwe stukken direct in je mailbox.

Steun deze dwarse plek

Aanbevolen voor jou