Na elke oorlog proberen machthebbers niet alleen steden en grenzen te herschikken, maar ook de waarheid. Dan gaat het ineens niet meer over wie de macht had, wie profiteerde, wie de bevelen gaf en wie de winst opstreek. Dan gaat het over een “schuldig volk”. Zo wordt verantwoordelijkheid uitgerekt tot iedereen, behalve de mensen die er echt bovenop zaten.
Dat zie je concreet in Italië. In 1940 trekt Mussolini het land de oorlog in, met steun van koning Victor Emmanuel III, topgeneraals en industriëlen die al jaren meeliften op het regime. Toch wordt er gedaan alsof één man het probleem is. Dat is handig: zo blijven het hof, het leger en het grootkapitaal buiten schot. Maar in 1943, als arbeiders staken, soldaten deserteren en de woede ook richting koning en elite gaat, draait het verhaal. De geallieerden sluiten een wapenstilstand die vooral de monarchie redt, terwijl “de Italianen” ineens als geheel verantwoordelijk worden neergezet. De feiten zijn hetzelfde, maar wie de schuld krijgt verschuift met het politieke belang.
In Duitsland zie je dezelfde draai. Nog voor de oorlog was Hitler voor delen van de Britse en Europese elite geen ondenkbare figuur, maar een bruikbare sterke leider tegen links. Tijdens de oorlog veranderde dat. Toen moest juist worden benadrukt dat er in Duitsland ook tegenstanders van het nazisme waren: arbeiders, communisten, socialisten, vakbondsmensen, mensen die in gevangenissen en concentratiekampen belandden omdat ze zich verzetten. Maar na 1945, toen Duitsland bezet en opgedeeld werd, kwam een ander verhaal van pas. Nu werd niet meer de nadruk gelegd op wie Hitler had gefinancierd, wie hem in januari 1933 aan de macht hielp of wie het staatsapparaat draaiende hield. Nu werd gesproken over “de Duitsers” alsof Krupp, een kampgevangene, een sociaaldemocratische arbeider en een dienstplichtige soldaat op één hoop konden worden gegooid. Zo werd collectieve schuld een politiek bruikbaar verhaal om bezetting, vernedering en controle te rechtvaardigen.
Die redenering is verleidelijk omdat ze simpel is. Eén volk, één schuld, één moreel oordeel. Maar geschiedenis werkt niet zo. Een samenleving is geen blok. Er zijn klassen, partijen, instellingen, dwang, propaganda, verraad en geweld. Wie over “het volk” praat alsof iedereen op gelijke afstand van de macht staat, maakt onzichtbaar wie beslissingen neemt en wie ermee moet leven.
Juist daarom is het belangrijk om naar Duitsland tussen 1918 en 1933 te kijken zonder morele mist. Dat verhaal gaat niet over een passieve massa die rustig op Hitler zat te wachten. Het gaat over arbeiders die in opstand kwamen, raden vormden, de keizer wegjoegen, stakingen organiseerden en zich herhaaldelijk afkeerden van leiders die hen verraadden. Het gaat ook over partijen die zich socialistisch noemden, maar de bestaande orde uiteindelijk hielpen redden. Eerst deed de sociaaldemocratie dat, later faalde ook de communistische leiding op beslissende momenten. De arbeidersklasse werd niet verlamd door gebrek aan moed, maar door jaren van nederlagen, misleiding, interne verdeeldheid en organisaties die hun eigen historische taak niet uitvoerden.
Dat maakt de beschuldiging van collectieve schuld zo vals. In de laatste vrije verkiezingen van 1932 stemde een meerderheid niet voor Hitler, maar tegen hem. Miljoenen arbeiders gaven hun steun aan partijen die beweerden het fascisme te bestrijden. Dat die partijen faalden, is niet hetzelfde als zeggen dat de massa’s Hitler “aan de macht hebben geholpen”. Je kunt mensen niet verantwoordelijk maken voor keuzes die boven hun hoofd zijn gemaakt, terwijl de organisaties waarop zij vertrouwden hen juist ontwapenden.
Dat betekent niet dat gewone mensen nergens verantwoordelijk voor zijn. Het betekent wel dat verantwoordelijkheid pas zin heeft als je haar precies legt. Bij regeringen. Bij partijleidingen. Bij industriëlen. Bij legerstaven. Bij de mensen die profiteerden van onderdrukking en de middelen hadden om haar te organiseren. Zodra je dat onderscheid wegveegt en een heel volk tot dader maakt, help je vooral nieuwe vormen van straf, bezetting en vernedering rechtvaardigen.
Dat is precies waarom dit verder gaat dan Duitsland of de jaren veertig. Ook nu nog wordt schuld vaak verdeeld op een manier die macht beschermt en mensen onderaan laat betalen. Staten spreken in naam van hele bevolkingen, bombarderen in naam van veiligheid en verkopen collectieve straf als gerechtigheid. Wie daarin meegaat, raakt kwijt waar het werkelijk om draait: niet volk tegen volk, maar macht boven mensen.
De kern van deze geschiedenis is dus niet dat een heel volk eerst schuld moet bekennen voordat er iets nieuws kan ontstaan. De kern is dat bevrijding onmogelijk blijft zolang we weigeren te benoemen waar verantwoordelijkheid echt ligt. Niet onderaan, bij de mensen die keer op keer de prijs betalen, maar bovenaan, bij de structuren die oorlog maken, angst organiseren en daarna ook nog het verhaal schrijven.
