Soms hoor je iemand over een reis praten, en weet je meteen dat het niet om herinneringen gaat. Niet om landschappen, niet om losse ontmoetingen, niet om iets dat zich netjes laat opbergen in de taal van ervaring. Abby Martin spreekt over haar tijd in Israël en Palestina in 2016 als iemand bij wie iets is blijven haken. Niet aan de oppervlakte, maar dieper. In het lichaam, in het geheugen, in de manier waarop je later naar macht leert kijken.
Wat haar terugblik zo ontregelend maakt, is dat die niet begint bij diplomatie, beleid of geopolitieke schema’s. Martin is een Amerikaanse journalist, documentairemaker en presentator van The Empire Files, een uitgesproken anti-imperialistisch platform dat al jaren verslag doet van oorlog, macht en ongelijkheid. Maar hier begint ze niet bij analyse. Ze begint op straat. Bij gewone gesprekken, of wat daarvoor moest doorgaan. Bij mensen die voor de camera dingen zeiden over Palestijnen die je niet kunt wegzetten als verspreking, incident of uitwas. Precies daar zat voor Martin de schok: niet dat extreem geweld of racisme bestond, maar dat het zo openlijk, zo ontspannen en zo vanzelfsprekend werd uitgesproken. Misschien nog onthullender was tegen wie het werd uitgesproken. Niet binnenskamers, niet alleen onder gelijkgestemden, maar ook tegenover een Amerikaanse journalist. Dat suggereert meer dan gemakzucht of bravoure. Het wijst op een gevoel van dekking, op de overtuiging dat zulke opvattingen niet zouden botsen met de wereldmacht die Israël al decennialang politiek, militair en diplomatiek beschermt. Alsof de spreker er zonder veel risico van uit kon gaan dat de ander, juist als Amerikaan, de onderliggende logica al kende of ten minste niet werkelijk zou afwijzen.
Daarom blijven haar reportages uit die periode ook rondzingen. In straatinterviews in Jeruzalem legde ze vast hoe Israëlische burgers, zonder schaamte of omhaal, spraken over verdrijving, uitsluiting en geweld tegen Palestijnen. In Hebron liet ze zien dat kolonisering niet alleen een politiek project is, maar ook een dagelijks systeem van controle, vernedering en afgescheiden leven. Niet abstract, maar tastbaar. Straat voor straat, checkpoint voor checkpoint, blik voor blik.
Daar zit ook de politieke betekenis van haar terugblik. Want wie zich zo vrij voelt om ontmenselijkende taal te spreken tegen een Amerikaanse interviewer, spreekt niet alleen vanuit persoonlijke haat. Die spreekt ook vanuit een historisch gegroeid vertrouwen dat de grootste bondgenoot aan de overkant van de oceaan deze orde niet zal breken. Dat vertrouwen komt niet uit de lucht vallen. Het is gevoed door jaren van militaire steun, diplomatieke rugdekking en een westers discours dat Palestijns leven structureel minder zwaar laat wegen. Martin zegt in wezen dat zij in 2016 al een maatschappelijke sfeer aantrof die verder was afgegleden dan veel westerse media toen wilden erkennen. Niet alleen staatsgeweld, niet alleen bezetting, maar een politieke cultuur waarin suprematie en ontmenselijking breed zichtbaar waren. Wat vandaag voor veel mensen onmiskenbaar is geworden, was toen al te zien voor wie niet wegkeek.
Dat botst met de manier waarop het in veel reguliere berichtgeving jarenlang is verpakt. Daar ging het steevast over een complex conflict, botsende narratieven, geweld dat weer oplaait alsof het uit de lucht komt vallen. Maar Martins werk wijst op iets anders. Niet de plotselinge escalatie is het verhaal, maar de normalisering van structureel geweld. De bezetting als routine. De vernedering als bestuursvorm. De ontmenselijking als politieke cultuur.
Juist daarom is haar verhaal meer dan een persoonlijke getuigenis. Het is ook een aanklacht tegen de westerse mediaorde die deze werkelijkheid jarenlang heeft afgevlakt, verzacht of actief afgeschermd. Want als een journalist in 2016 al op straat kon vastleggen hoe openlijk er over verdrijving en dodelijk geweld werd gesproken, dan was de vraag nooit of de signalen er waren. De vraag was wie ze niet wilde zien, en waarom.
Die vraag is intussen alleen maar urgenter geworden. Niet omdat de werkelijkheid ineens helderder is, maar omdat Palestijnen die werkelijkheid zelf, massaal en onder vuur, zijn blijven vastleggen. Via telefoons, livestreams en beelden die de oude filters van redacties steeds vaker doorbreken. Daardoor is het moeilijker geworden om de taal van apartheid, kolonisatie en structurele ontmenselijking buiten de deur te houden. Moeilijker, maar nog altijd niet onmogelijk.
Belangrijker is wat daar politiek zichtbaar wordt. Want het gaat uiteindelijk niet om losse provocaties of extreme uitspraken op zichzelf, maar om de ruimte die ze krijgen en de orde die ze verraden. Wat betekent het als openlijk racisme niet meer gefluisterd hoeft te worden? Wat betekent het als genocidale taal kan circuleren zonder noemenswaardige sociale rem? Wat zegt dat over een samenleving die zichzelf democratisch noemt, en over bondgenoten in Europa en de Verenigde Staten die deze orde jarenlang politiek, diplomatiek en militair hebben afgedekt?
Misschien is dat wat in haar terugblik het langst blijft hangen. Niet alleen dat Martin geschokt was, maar dat ze een werkelijkheid beschreef waarin interne correctie nauwelijks nog voorstelbaar leek. Dat is een zware conclusie. Toch klinkt die vandaag voor veel minder mensen overtrokken dan een paar jaar geleden. Niet omdat de situatie plots is veranderd, maar omdat de façade verder is afgebrokkeld.
Daarmee gaat haar verhaal over meer dan één reis of één journalist. Het raakt aan een westers zelfbeeld dat instort. Aan de mythe dat Israël in de eerste plaats een belegerde democratie zou zijn die zich verdedigt tegen irrationeel geweld. Voor steeds meer mensen is zichtbaar geworden dat het gaat om een regime van apartheid, kolonisatie en structurele ontmenselijking, dat alleen zo lang overeind kon blijven doordat machtige bondgenoten bereid waren om de werkelijkheid niet te benoemen.
Wat Abby Martin in 2016 zag, was niet alleen schokkend omdat het extreem was. Het was schokkend omdat het klonk als iets normaals. Misschien is juist dat wat nog altijd nazindert: niet dat een samenleving kan ontsporen, maar dat die ontsporing al lang ingebouwd kan zitten in haar politieke logica, haar instituties en haar dagelijks taalgebruik.
https://www.youtube-nocookie.com/embed/hLQbPCvV8W8?rel=0&autoplay=0&showinfo=0&enablejsapi=0
